Parlementaire redevoeringen - pagina 87
Deel II. Ministrieele redevoeringen. Tweede Kamer.
ONJUISTHEID VAN HET MARXISME.
85
Het is niet voor tegenspraak vatbaar, dat hetgeen van die zijde is gesproken over het verdwijnen van den middenstand en het voortdurend verachteren in welstand van het proletariaat, dat steeds slinken zou in welvaart naarmate het kapitalisme meer uitzette en in kracht won, met de feiten voor oogen niet wel te verdedigen is. Ik zal daarover thans geen nader betoog leveren dat voegt in tweeden termijn niet; bovendien, genoeg cijfers en gegevens daarvoor zijn verstrekt, zoodat ik niet geloof, dat er eenige aanleiding bestaat, daarover nogmaals bewaarheid.
;
een afzonderlijk betoog
De
te
Helsdingen
heer
houden.
nogmaals er
heeft
van het algemeen kiesrecht toch
invoering
op
aangedrongen,
niet langer
mocht
dat de afstuiten
op bezwaren onzerzijds, omdat, waar, zooals hij zeide, de 400,000 man, die tot dusver geen kiesrecht hadden, toch gevraagd worden dienst te doen in de kazerne en een belastingbiljet hebben te betalen, het ook billijk en redelijk is, dat hun een stem in het kapittel wordt gegeven. En daar verklaard is, dat wij dien weg niet wenschen op te mijnerzijds gaan, heeft hij dat gequalificeerd als een te kort schieten in trouw aan het door mij beleden democratisch stelsel.
Wat van
het
betreft,
standpunt
het
belang
eerste
wil
houde
uitgaan,
hij
een ieder, die
dat
doet of een offer moet brengen, ook in
iets
wanneer men voor het algemeen het kapittel gehoord
mij ten goede, dat,
moet worden, men een standpunt aanvaardt, dat vroeger nooit als juist erkend is. Waar men vroeger zeide tax payer, tax layer, is dat nooit :
aldus
dat
verstaan,
iemand,
die
eenigen
dienst
aan het land bewijst,
de heerschappij des lands. Wat aangaat de gedachte, dat, wanneer men niet voor het algemeen kiesrecht is, in den zin, door den geachten afgevaardigde bedoeld, men
daarvoor moet medespreken
in
zijn, gaat dat denkbeeld uit van de stelling, van democratie is. En waar door mij juist dat ik geen democraat in den geest van den daar zie ik niet in, hoe ik zou kunnen zijn,
geen democraat zou kunnen dat
er
slechts
herhaaldelijk
heer
één
gezegd
Helsdingen
beschuldigd
standpunt
te
soort is,
wilde
worden van
het vroeger door mij
verlaten, indien ik niet
met
zijn
ingenomen democratisch stelsel
meega.
Indien ik
van het huismanskiesrecht verliet, of als ik verliet het standpunt, dat aan alle rangen en standen invloed op het Staatsbestuur moet worden toegekend, dan zou hij gelijk hebben, maar hij heeft niet het recht, mij te beschuldigen van aan de qualificatie, die ik voor mij zelf heb aangenomen, namelijk die van Christen-democraat, ontrouw te worden, wanneer ik niet volg het spoor, waarlangs de geachte afgehet stelsel
vaardigde zelf zich beweegt.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's