Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Encyclipaedie der Heilige Godgeleerdheid - pagina 106

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Encyclipaedie der Heilige Godgeleerdheid - pagina 106

Eerste deel. Inleidend deel.

2 minuten leestijd

Afd.

98

l.

Hfst. III. § 51.

DE SCHOLASTIEK.

aanraking: de Christelijke dogmatiek, de formeele studiën en de heidensch-philosophische wereldbeschouwing; en hieruit wierd de

drang geboren, religie

eenerzijds,

om

de evidentie van de Christelijke

ook voor ons denkend bewustzijn

anderzijds,

om

religie

verrijken.

te

doen uitkomen, en

te

de dogmatische ontwikkeling van de Christelijke golden

Natuurlijk

daarbij

dogmata, gelijk de toenmalige Kerk die beleed,

Van

critiek

wel moest

Christelijke

op die dogmata kon nog geen sprake

men met behulp van

Aristoteles die

dialectisch er indringen; ze aanvullen,

alzoo uit deze bij

de

als vaststaande.

waar

zijn.

Maar

dogmata uitwerken

ze leemten overlieten;

dogmata een volledig systeem saamstellen; en ze

analyse tegen de bedenkingen van de rede verdedigen. Zoo-

doende ontwaakte het

besef, dat de Theologie wetenschappelijk

moest beoefend worden, zocht te

rechtvaardigen,

in

zooverre ze zich voor het denken

en rees tevens het vermoeden, dat er

ook buiten de Theologie in engeren zin een veld van kennis open lag,

waarop de Christen geen vreemdeling mocht

nu aanstonds

tot

een

principieele

zijn.

Had

dit

onderscheiding tusschen de

eigenlijke Theologie en deze op Christelijken grondslag rustende

philosophie geleid, zoo ware de schaduwzijde van de Scholastiek

gemeden. Maar deze onderscheiding bleef uit, en zoo kon het anders, of de philosophie moest in de dogmatiek indringen,

niet

en in de

Summae de vermenging bieden van eene philosophie, dogma stond en dus niet principieel

die machteloos tegenover het

zijn; en anderzijds van eene Theologie, die van het leven werd afgesneden en hing aan een philosopisch rag. Iets wat te

kon

bedenkelijker was,

daar

men

zich

door de latere dogmatische

ontwikkeling den pas had afgesneden, gaan, en

zoo in haar, als in

om op

geboorte, verband met de realiteit te zoeken. latere

op de Schrift

Want

wel zag de

Thomas nooit om en de grootc kerkvaders, met name op Augustinus.

Scholastiek

dit

gebrek

in,

maar toch is dat de Scholastiek zoekt. Haar

terug te gaan

de Schrift terug te

den wortel van het leven der weder-

;

dit

en verzuimt

niet het eigenlijke steunpunt,

object

is

altoos de belijdenis der

Kerk, gelijk ze destijds gold, en van deze belijdenis poogt men aan

te toonen, dat

de rede ze deels steunt, deels er niets redelijks

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908

Abraham Kuyper Collection | 556 Pagina's

Encyclipaedie der Heilige Godgeleerdheid - pagina 106

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908

Abraham Kuyper Collection | 556 Pagina's