Encyclipaedie der Heilige Godgeleerdheid - pagina 240
Eerste deel. Inleidend deel.
Afd.
132
quaenam
Hfst. III. § 80.
2.
homine
igitur erit in
facultas
WERENFELS. quae
id possit?
criteria divinitatis in Scriptura percipit,
aliud
numquid numquid
cipiendi?
judicandi
aliud de
eorum
quam
Xumquid
facultas per-
quam
divrnitate judicat.
facultas
aliud libri divinitatem inde colligit, nisi facultas
?
ratiocinandi? Atqui triplex haec facultas unonomine Ratio appellatur" 184).
(p.
zien
Met
wel
;
ook
verlicht,
uw oog met een telescoop gewapend is. En zoo is het De rede zonder meer ziet het niet, maar als God u ziet toch uw ratio, en beslist, of de Schrift al dan niet
goddelijk
Wie
niet
als
hier.
schrede
oog kunt ge de wachters van Saturnus
het bloote
is
om
doen,
te
toch
Hiermee nu behoefde
185).
(p.
W. nog
op rationalistisch terrein over
het testimonium Spiritus Sancti niet
bij
slechts ééne te stappen.
met het geloof
als wortel rekent,
maar
rationis, gelijk hij
het noemt, mist den maatstaf, waardoor
staat zou zijn,
zich bepaalt tot de illuminatio caecutientis hij in
de verlichting der rede door gewone ontwikkeling
en de verlichting der rede door den H. Geest te onderscheiden.
Dat Werenfels voor deze aan
volksman
gekant tegen
;
Hij
geest.
alle clericale
te
om
elk recht, Plebis
het
—
om
40), ja,
het
de conscientie
I.
minder
die
dan
dit uit,
41
sqq).
de zake der religie
en magistraat beiden betwistte te
beheerschen.
in
conscientias ab
En wierp men hem
zijn
stelling
quae homines
quam quae
pii
kwam
Hij
hij
op voor
I.
p.
homine nou usurpando
tegen, dat een leek toch
;
hiertegenover:
melius intelligunt,
„In S. Scriptura multa
quam
pietate carentes,
en „majoris sunt ad salutem momenti, quae
docti,
standpunt ging
om
dapper
het kerkelijke te dwingen, gelijk blijkt
in
De jure
quantumlibet docti" pii,
in
hij
zin
goed dan een Doctor Ecclesiae de H. Schrift verstond.
luidde
simt.
kwam
aan het volk ontnemen wilden (Vol.
dit
Christenvolk
p.
:
om
dankt
bestreed even moedig de poging van den magistraat,
uit zijn dissertatie»
(Vol.
clerus
bleef,
den waren
in
Christianae judicium de Dogmatibus Jïdei, en bestreed
de Doctores, j
Aan
spreken.
was
hoogheid en
op voor het recht van het Christenvolk,
mee
bewaard
laatste schrede
anti-clericalistischen
zijn
hij
melius intelligunt" (Vol.
dan ook ten
II.
p.
326).
slotte bij zijn irenische
Lutherschen en Gereformeerden
te
verzoenen.
over de hoofden der theologen heen op het Christenvolk
Van
poging Hij zag in
beide
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 556 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 556 Pagina's