Parlementaire redevoeringen - pagina 652
Deel II. Ministrieele redevoeringen. Tweede Kamer.
ZITTING 1903—1904.
650 versta ik
zijn,
Verbeeldt
niet.
Natuurlijk
worden.
kan
de elfde plaats
In
Er
deze wet
is
van
is
Die klacht
onderwijzers.
het leger of aan
door
ik denk, dat
te
blijven dienen;
men
de geachte afgevaardigde
de Leerplichtwet kortelijk meer aangestipt dan alle
alleen
niet
geeft,
in
bestuur van het land onmogelijk
hebben bedoeld.
het niet in dien zin zal
behandeld.
alle
niet verplicht,
Maar
vragen.
ontslag
zijn
men
is
zoo was
u, dat het
Departement; dan zou toch
een
is
geklaagd over den rompslomp, dien
zijden
maar ook aan de volkomen gerechtvaardigd. Er is ook geaan het schooltoezicht,
klaagd over de traagheid van de berechting en over de groote geneigdheid dat
vrijspraak
tot
klachten
die
kantonrechters.
vele
bij
zijn;
juist
ik zal
de geachte afgevaardigde,
indien
Het
is
wel
mogelijk,
daarover geen oordeel vellen. Maar de heer Bijleveld,
vraagt,
of
ik
er
kunnen medewerken om te maken, dat de hoofden van scholen alleen maar het totaal der niet geoorloofde verzuimen behoeven op te geven zonder nominatieve opgave, wil ik wel zeggen, dat, wat mijn hart betreft, ik er gaarne toe geneigd ben. Ik vind het volkomen overbodig en begrijp, dat het een enorm werk is, dat het ondertoe zou
niet
schade doet. Ik gevoel inderdaad ook, dat de Leerplichtwet in vorm, waarin zij gegoten is, aan den eenen kant het schoolgaan bevordert, maar aan den anderen kant zooveel onderwijs- en toezicht-
wijs
den
krachten
in beslag
neemt, dat niet
te
Maar
ik
het onderwijs uit voortkomt.
der wet en
Nu
art.
ontkennen is, dat er schade voor moet mij houden aan de bepalingen
19 spreekt hier duidelijk.
geachte afgevaardigde uit Zutphen gevraagd, of ik met eene wijziging kan komen. Hij heeft mij reeds met eene groote mate van welwillendheid zijn steun toegezegd, indien ik mij namelijk bepaalde tot het verminderen van den administratieven omslag en van
de
heeft
niet
Maar
ik moet toch zeggen, dat ik meer op die belofte te verlaten. Niet, dat ik niet van harte geloof, dat de geachte afgevaardigde op dit oogenblik gezind is, te doen wat hij belooft. Maar hij heeft mij
de
traagheid
eenigszins
van
proces.
het
huiverig
ben,
mij
zonder
onlangs zoo duidelijk doen voelen, dat het peuteren
wet
uiterst gevaarlijk is
daad
bang
voor
afgevaardigde
gebouw van ik
min zijn
gevaar loop,
•zeg
ik
maar
er
niet
ben, of
in
eene ingewikkelde
en ik er weinig slag van heb, dat ik er inderdat, als ik met een voorstel kom, de geachte meer gekwetst zal zijn, wijl ik in het schoone
wet eenige misplaatste deelen wil aanbrengen, en dat
hem
te
van;
ik
hooren zeggen, dat zeg
ik zal er toch eerst
niet,
ik dat
dat ik niet zal
goed over denken.
gebouw
doen wat
bederf. hij
Meer
wenscht,
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's