Parlementaire redevoeringen - pagina 61
Deel II. Ministrieele redevoeringen. Tweede Kamer.
DE ZUID-AFRIKAANSCHE OORLOG. werkelijk achter de waarheid wenscht
vervoege
Hij
zich
dan
zijn
bij
te
komen,
59
die te leeren
kennen.
vriend, mr. Kerdijk, het geachte voor-
van deze Kamer, wiens afwezen wij allen zoozeer wanneer hij dan informeert naar eene vergadering, te diens huize gehouden, waaraan ook ik heb deelgenomen, zal hij het bewijs kunnen bekomen, dat door mij ook toen wel degelijk aan het psychologisch moment gedacht is, dat ik er toen zelfs werk van gemaakt heb, en tevens, waarom ik op 4 December daarover niet mocht spreken. Ten slotte heeft de geachte afgevaardigde nogmaals de beschuldiging herhaald, dat ik door mijn houding zou aangemoedigd en geprikkeld hebben de agitatie in den lande in zake Transvaal. Wanneer ik pertinent verklaar, dat dit niet zoo is en de geachte afgevaardigde uit Zutphen houdt het toch staande, dan zal ik hem desverlangd en privé de getuigen noemen, van wie hij hooren kan, hoe ik, verre van de agitatie te prikkelen, integendeel die agitatie heb zoeken tot bedaren te brengen. Ik wensch op grond van een en ander nogmaals te constateeren, in de eerste plaats, dat mijn verzet tegen de houding van het vorig Kabinet medelid
malige
betreuren,
en
uitsluitend
geloopen
van
de
politiek
dat
ik
over hetgeen gedaan
heeft
bij
de bijeenroeping
in de tweede plaats, dat ik de neutrale Vredesconferentie van het vorige Kabinet beaamd heb en luide heb uitgesproken, de houding van het vorige Kabinet tegenover het buitenland
wenschte
;
te
steunen
in
elk
opzicht;
de derde
in
de vredesverdragen gestemd heb, omdat besluiten, plaats, dat
Tot
is
die
de
in
genoemde
agitatie niet
zooverre
de
conferentie
zij
plaats,
dat ik tegen
het uitvloeisel
genomen
zijn;
en
in
waren van de vierde
door mij aangemoedigd is. die door den geachten afgevaardigde
punten,
uit
Zutphen nogmaals te berde gebracht zijn. Ik kom nu tot de zaak zelve. Wanneer er oorlog uitbreekt tusschen twee of meer Mogendheden, dan heeft elke andere Mogendheid, die souverein is, slechts de keus tusschen twee dingen: dan kan zij zich aansluiten bij een van de oorlogvoerenden en hosüs worden, of, doet non hosüs, dat is zij dit niet, dan blijft zij volgens het volkenrecht neutraal. Wanneer men die neutraliteit wil aannemen, dan moet men zich van elke vijandelijke daad onthouden, en voorts debita diligentia, gelijk
de geijkte phrase
is,
dat wil zeggen, met
klem en kracht
beletten,
dat die neutraliteit geschonden worde. Voor Nederland, dat 7000 mijlen van het oorlogsterrein gelegen is, was, dit spreekt vanzelf, geen andere houding dan die van neutraliteit weggelegd. Intusschen vernietigt het
van neutraal niet het recht van eene souvereine Mogendheid om voor de handhaving van het volkenrecht, het herstel van den vrede zijn
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's