Parlementaire redevoeringen - pagina 330
Deel II. Ministrieele redevoeringen. Tweede Kamer.
;
ZITTING 1902—1903.
328
vermijden
zal bij bankinstellingen niet altijd te
zijn.
De
Lohman
heer
op gewezen, dat, waar dergelijke gedeeltelijke eigen verantwoordelijkheid niet van eene bankinstelling is af te scheiden, daar ook het correctief moet gevonden worden in de bevoegdheid van de heeft
er
terecht
om
die misbruik van hun positie mochten hun plaats te ruimen. Ik zeg niet, dat er hier termen voor bestaan, maar het standpunt van den geachten afgevaardigde is in beginsel juist. Aan de Bank moet zooveel mogelijk eene zelfstandige existentie worden gelaten, wat voor eene bankinstelling noodzakelijk is maar men moet er dan ook niet tegen opzien, over te gaan tot vervanging der directie, indien dit noodzakelijk mocht blijken. Het tweede punt, bij die concurrentie ter sprake gebracht, is dat van de lage tarieven. Wat moest ik als Minister van Binnenlandsche Zaken
Regeering
maken,
werp-besluit is
daarbij
spreekt
voor
om
Natuurlijk
dat tarief vast te stellen?
dezen het advies inwonnen van den wiskundigen
dat
Toen kreeg
adviseur.
:
dragen,
te
gevraagd het advies van de directeuren der Bank, en het
vanzelf,
komst van gesteld
directeuren,
de quaestie aan de orde kwam, aan de Koningin een ont-
toen
doen,
de
verzoeken,
te
van den wiskundigen adviseur door tusschenmen hem de vraag had
ik
het bankbestuur de mededeeling, dat
hoe moeten wij
eene soliede regeling van het
tot
tarief
komen?
Die vraag had hij, naar hij mededeelde, in dier voege beantwoord, dat men niet ins Blaue hinein een tarief moest maken, maar vragen moest,, waar empirische gegevens te vinden zijn voor eene goede, deugdelijke
met de onze overeenkomende en welke premiën blijken noodig te zijn volgens het getal en den aard der verschillende ongevallen? Hij is toen tot de conclusie gekomen, dat men tot type moest nemen de resultaten, verkregen door de Bank te Brünn. Onze Ongevallenwet is naar het schema der Oostenrijksche en van de verinrichting,
zooveel
mogelijk
schillende instellingen,
ééne bank, maar er
men
die
zijn er
in
Oostenrijk vindt,
meerdere
—
,
—
er
is
daar niet
ontworpen. Daarom heeft
hij
voor de uitvoering van het hier besproken punt de instelling te Brünn voorbeeld genomen. Hij heeft gevraagd, welke de netto-premiën zijn
als
voor de verschillende gevaren-percentages, bij de Brünnsche instelling vastgesteld. Ook daarom laat ik dit nog opmerken heeft men hier het Brünnsche tarief tot grondslag genomen, omdat men hier ook de
—
—
Oostenrijksche indeeling in gevarenklassen
gegevens kon krijgen
ter
heeft
gevolgd, en
zoo de
berekening van de verschillende premiën. Hij
Ongevallenwet duurder is dan de Oostenrijksche, en is tot deze conclusie gekomen, de heer Borgesius heeft het iets te hoog genomen dat onze regeling 59 pet. duurder heeft
toen
nagegaan, hoeveel onze
—
—
,
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's