Parlementaire redevoeringen - pagina 196
Deel II. Ministrieele redevoeringen. Tweede Kamer.
ZITTING 1902—1903.
194
onzent reeds kunnen concurreeren met het beste van wat in het buitenland bestaat, dan is het goed, dit eens uit te spreken, opdat het volk wete
en beseffe, dat ook hier krachten kunnen opkomen, die den arbeid ten goede zullen blijken te werken. Zoo zou ik kunnen voortgaan. Mijnheer de Voorzitter; want wanneer hier staat, dat er op het gebied van den arbeid
wat bemoedigt, dan wordt
is
niet alleen
gedoeld op het
bedrag
van het. loon, maar ook gewezen op die verschillende openbaringen in leven van den arbeider, die hoop en bemoediging voor de toe-
het
komst geven.
De
Van
heer
volkomen
daarvan
Kol heeft toe
—
,
gezegd, dat
—
en ik stem
hem de
juistheid
de quaestie van de eereschuld,
om
het
noemen, de vraag, of de Nederlandsche schatkist komen aan het volk van Indië, niet alleen raakt den Minister van Koloniën, maar het Kabinet als zoodanig. Niettemin moet ik zeggen, dat, wanneer hij .meent, dat politiek besef hem kortheidshalve zoo
te
van nood
te
in geval
hulp zal
had moeten verbieden, die quaestie op
niet
dit
oogenblik
ter
brengen, het politiek besef, dat mij domineert, een ander
is
sprake
te
dan dat
hij
blijkt te bezitten.
Handelingen,
Mijnheer
Wanneer
de Voorzitter!
wetsontwerpen wordt opgenoemd, dan
in
blz.
49
— 50.
de Troonrede een zeker getal
ahoos
zal zich
dit
voordoen, dat
opgenoemd
wordt voor minder aantrekkelijk, althans minder urgent achten en daarentegen andere wetsontwerpen of verwachten zouden óf, als zij in het werkplan der Regeering opgenomen zijn, meer op den voorgrond afgevaardigden
er
zijn,
die
daar
hetgeen
zich zelf
zouden
willen
Kamer
zeer
te
leggen,
dit
niet
geschoven
Het
zien.
is
natuurlijk
voor de leden dezer
gemakkelijk, die verschillende schijven zoo voor elkander
als zij
ze het
liefst
gelegd zien; maar voor de Regeering
zoo gemakkelijk. Immers, deze moet rekening houden met
is
alles,
wat de voorbereiding van zulke wetsontwerpen eischt. Het zou mij, om een voorbeeld te noemen, zeer lief geweest zijn, indien in deze Troonrede
reeds de indiening van een wetsontwerp op de ziekte-verzekering
Maar wanneer men zulk een wetsontmaar eenvoudig mutatis mutandis wil kopieeren van eene
had kunnen worden toegezegd.
werp
niet
wet, gelijk men dit wel eens heeft beproefd, doch eerst een grondig onderzoek wil instellen naar de zaak, die men regelen wil, dan gaat èn met dit onderzoek èn met de bestudeering van de resultaten
buitenlandsche
van
dit
onderzoek reeds zooveel
tijd
heen, dat
men
niet
meer de zaak
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's