Parlementaire redevoeringen - pagina 449
Deel II. Ministrieele redevoeringen. Tweede Kamer.
;
DE MISDADIGE WOELING.
447
—
vermoedende, maar met luider stemme vernemende het niet voor haren plicht hield, ook harerzijds zich op dien toekomstigen aanval voor bereiden?
te
De Regeering
verwacht,
ook nu
gelijk
meest van zedelijke motieven. oordeel in den boezem der
juist is
gebleken, daarbij het
wanneer het zedelijk bedorven of vervalscht, maar
Zij vertrouwt, dat,
natie
niet
integendeel gesterkt wordt, in dat zedelijk oordeel zelf een bolwerk zal
waarop
opgeworpen,
zijn
tweeden
ten
en ten derden male zulk een
aanval zal afstuiten. Hier, Mijnheer de Voorzitter, raak ik een zeer teeder punt aan. Wij
kennen en ook keer
allen
binnengekomen en
element
noodstanden en
en die
verkeerdheden, er
toe
die
heeft in
Het het ook
medegaan.
is
zij
is
rekenen.
Wie
allerlei
hebben bijgedragen en medegewerkt, eene nog
ook mijn overtuiging,
bij
keer op
ons maatschappelijk leven be-
dat
men verkeerd
te
laten
doet, indien
de grootste booswichten, verzuimt met de psycho-
logische uitwerking van dergelijke factoren te
ligt,
men gewezen op
groep van onzen arbeidenden stand met deze woeling
grooter
men,
„tout comprendre c'est toui pardonner"
de beoordeeling van hetgeen nu achter ons
in
dat
stonden
gezegde:
het
bij
een gepleegden
uit het
diefstal
maatschappelijk leven
buiten
rekening
laat
de
welke nooden als motief den dief tot het stelen verleidden, is noch psycholoog, noch ethicus, noch Staatsman. De Regeering heeft dan ook wel terdege met dat motief gerekend en op 25 Februari onmiddellijk voorgesteld, de oeconomische toestanden en verhoudingen van het spoorwegpersoneel door eene ingestelde enquête te laten onderzoeken. Zij heeft ook, voor zooveel destijds in haar macht stond, onvraag,
om
in het oog loopende misstanden, maken. Intusschen mag dit psychologisch onderzoek naar de factoren, die mede bijdragen tot een boos stuk, naar de overtuiging van een ieder, die op zedelijk standpunt zich stelt, geen ander gevolg hebben, dan
verwijld maatregelen genomen, die daar
men
aan de
mochten bestaan, een einde
te
de factoren te beteren; het mag nooit het gevolg men zegt, dat hij, die het booze stuk bestond, onschuldig is. Indien men dit zedelijk oordeel, met de kracht, die daarvan uitgaat, wegneemt, slaat men juist den laatsten stut weg, die zoo menig verleide nog steunt en staande houdt en hem afhoudt van het booze. Juist dat
poogt,
hebben, dat
algemeen oordeel, dat iets op verreweg de meesten nog altoos dien invloed, dat ze ook daar, waar allerlei oeconomische en sociale factoren tot een misdrijf zouden leiden, daarvan teruggehouden worden. dat
algemeen zedelijk besef
slecht,
boos, misdadig
is,
dat
in het volk, dat
heeft
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's