Parlementaire redevoeringen - pagina 38
Deel II. Ministrieele redevoeringen. Tweede Kamer.
— 1902.
ZITTING 1901
36 houden rede
een argumentum ad hominem.
toont,
tegen de tractaten gestemd,
om
Spreker
had
zelf
het pijnlijke, dat er in zou schuilen,
om
stemmen en daarna niets te doen. Aan het Kabinet, dat werd nu. naar het scheen, met andere woorden ze doorzette, terecht gevraagd: Zijt ge dan nu in den geest der gesloten tractaten werkzaam geweest? „Wordt dan toch de geheele Vredesconferentie", voor
er
zoo
te
vroeg
ook,
hij
„niet
gemaakt
tot
eene
{Handelingen,
farce?"
bladz. 511). blijkt, dat van kritiek op de „politiek van door het vorige Ministerie gevolgd, bij den tegenwoordigen Minister van Binnenlandsche Zaken, toen hij nog lid der Kamer was, geen sprake is geweest. Onjuist is dan ook de voorstelling, alsof hij
Uit
bovenstaande
het
neutraliteit",
zich
Kabinet dit
had opgeworpen van diegenen in den lande, die het optreden tegen Engeland hadden willen prikkelen. Hij heeft
tolk
als
tot
noch
Kamerlid
als
noch
journalist
als
gedaan, maar steeds, zelfs
persoonlijk, volstandig geweigerd, aan eenige meeting te dier zake deel
nemen, of, hoe sterk ook geprest, eene adresbeweging aan de Koningin op touw te zetten of aan te moedigen. Ten volle beseffende, dat elke actie van dien aard toch geen doel zou treffen en de Regeering in de ernstigste moeilijkheden zou kunnen brengen, heeft hij eiken aandrang, Ook wat het Verslag ten deze op hem uitgeoefend, beslist weerstaan. te
beweert,
nl.
dat de uitslag der verkiezingen den invloed
Afrikaanschen
van aan
iets
rechterzijde
is) in
Zaken
van den Zuid-
ondergaan hebben, mag (zoo er
gesteld
worden.
In
zijne
te
Utrecht op 17 April dezes
heeft de tegenwoordige Minister
in het toen zittend
van Binnenlandsche
Kabinet wederom uitsluitend het accepteeren
der Vredesconferentie zonder de beide Republieken afgekeurd (bladz.
En waar
in het
den
werd
(bladz. 9),
geschiedde
dit
geheel buiten
alleen ter brandmerking van de booze waarschuwing van de anti-revolutionaire partij, om stembusstrijd toch vooral geen persoonlijk winstbejag te
met
Realpolitik, bij
5).
verder verloop dier rede de materieele hartstocht van
het imperalisme gewraakt
verband
al
geen geval op rekening van de politieke leiders der
gehouden rede
jaars
zou
oorlogstoestand
het
en
Kabinet,
ter
beoogen.
De
uitvoerigheid,
waarmede
dit
een en ander betoogd werd, beoogt
geenszins critiek op een vorig Kabinet, maar uitsluitend zelfverdediging,
en
vond haar noodzakelijkheid
in
de hinderlijke beschuldiging,
als
had
de tegenwoordige Minister van Binnenlandsche Zaken op 24 September jl. de onheuschheid tegenover het vorig Kabinet zóó ver gedreven, van het
voor
te
stellen,
als
had het toenmalig Ministerie „alles bedorven'*
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's