Parlementaire redevoeringen - pagina 632
Deel II. Ministrieele redevoeringen. Tweede Kamer.
ZITTING 1903—1904.
630 vallen.
Het
uitgemaakt,
heeft in
het
punt
een oogenblik een in
wetsontwerp
dienen
te
van overweging
op
het
mi)
bij
middelbaar
hem aangegeven weg in te slaan, maar ik ben daarvan teruggekomen, omdat het mij voorkwam niet in het kader van onderwijs den
door
ontwerp te vallen, en wanneer ik die belangrijke verandering had opgenomen, zou dat weinig beteekenende ontwerp een voorstel zijn geworden, dat het geheele stelsel aantastte. Bovendien kwam het mij voor, dat, waar eene Staatscommissie is benoemd, die heeft ter hand te nemen de verschillende deelen van het onderwijs en dus ook de examens, die den overgang betreffen, het geen geschikt oogenblik was, om met een desbetreffend voorstel bij de Kamer te komen. dat
Wat
ik
doen
de wet op het lager onderwijs, zal de geachte
zal bij
Kamer
af-
zien, wanneer Ik wensch mij dus daarover thans niet uit te laten. De opmerking in de Memorie van Antwoord omtrent de kostelooze toelating moet door den geachten spreker niet opgevat worden in een boozen zin. Er staat niets anders, dan dat uit de aangehaalde woorden van den toenmaligen Minister van Binnenlandsche Zaken blijkt, dat met het woord „plaatsruimte" niet bedoeld was de plaatsruimte binnen de vier muren, maar de plaatsruimte op de banken. Of men nu, wanneer er genoegzaam plaatsruimte is om banken aan te zetten, al dan niet eene parallelklasse moet formeeren, hangt af van de omstandigheden. Ik en ik kan het niet doen dat het obligo aanvaard niet het beginsel, voor het onderwijs ook reeds in ons land geldt voor het middelbaar Het obligo voor het lager onderwijs, dat nl. overal in het onderwijs. Rijk van Overheidswege voldoende lager onderwijs moet worden gegeven, ook te doen gelden voor het middelbaar onderwijs, is niet uit de Grondwet te deduceeren en het zou in ons geheele schoolstelsel een Ik mag daaraan voor het oogenblik totalen ommekeer teweegbrengen. niet verder medewerken, dan ik reeds heb gedaan.
gevaardigde
wetsontwerp
dit
de
—
Door de
—
beide geachte sprekers
is
Ik
ben
ten
onrechte
beweging.
Geheel
heeft
haar niet gedacht,
en
al
uit
dat
los
,
hier ter sprake gebracht de quaestie
van de bibliotheken der Rijks hoogere burgerscholen. eenvoudig.
bereikt.
mij
zelf
het een gevolg
daarvan
is
De zaak
is
zeer
begonnen, en de heer Bos
was van de
stakings-
de zaak aanhangig gemaakt,
van »wee kanten te gelijk. Vooreerst door ouders, die klaagden over de schandelijke boeken, welke zij bij de kinderen in huis zagen en welke volgens de verklaring dier kinderen van de hoogere burgerschool waren. dergelijke
klachten
Verder door een van de leeraren zelf. Wanneer mij komen, omdat ik ben belast met het opper-
tot
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's