Parlementaire redevoeringen - pagina 245
Deel II. Ministrieele redevoeringen. Tweede Kamer.
GEMEENTE-FINANTIËN. het
Bij
Stellen.
men vooral veel gevoelen voor de Lohman gemaakt. Daar wordt
inzien daarvan zal
opmerking,
eergisteren
ontwikkeld,
dat
door den heer
gemeentelijk
het
243
eigenlijk moet betaald worden Voor Amsterdam is dat deel op 38,140 aanslagen. Met 5 vermenig-
leven
door zeker klein deel der inwoners. zich
reeds
zelf
vuldigd
krijgt
klein;
men
het
daar
zijn
getal
van de gemeentebevolking
van
dit
deel der bevolking, zoodat bijna
van het gegoede '/n. ook begrepen de inkomens van f600. Nu zal men toestemmen, dat er niet aan gedacht kan worden, om dergelijke belastbare inkomens nog zwaarder te belasten, zoodat er niets anders overschiet, dan de overige inkomens te treffen. Als men de inkomens telt van f 1800, de inkomens dus, die voor eene stad als Amsterdam maar matig kunnen genoemd worden, en het getal van die aanslagen vermenigvuldigt met 5, dan zou men daaruit zien, dat alle verhoogingen zouden moeten worden gedragen door tusschen de 50 en 60,000 inwoners. In de Duitsche programmata wil men nog verder gaan en alle inkomens van f 1000 vrijlaten. Zij, die daar boven zijn, moeten voor allen -/3
Onder
betalen
profiteert ten koste
die 38,000 aanslagen zijn
;
niet alleen
de stedelijke behoeften,
als straten,
wegen, grachten,
afvoer van faecaliën, maar ook de kosten van onderwijs, leermiddelen, ook
van voeding en kleeding voor schoolkinderen, baden, concerten, theatervoorstellingen
beschikking dat
zij
enz.
van
het
De
gemeentebedrijven moeten gesteld worden
heele
publiek,
tegen den kostenden
een cent rendeeren, want ieder heeft recht
om
prijs,
ter
zonder
tegen den kostenden
van de gemeentebedrijven.
Verder moeten de loonen bij de gemeentebedrijven goed zijn, hooger dan elders. Zoo gaat men voort, aan alles meer uitbreiding gevende. Ook in Fransche steden prijs te genieten
men
programmata toegepast, door meerderheden in de zijn; maar de uitkomsten hebben aangetoond, dat de finantiën van zulke gemeenten zoodanig in de war zijn geloopen, dat er opnieuw orde in geschapen zal moeten worden. Ik moet zeggen, dat, hoe meer men doet om de gemeenten, de groote gemeenten vooral, gezond en aangenaam te maken voor het publiek, hoe liever ik dat zal zien. Maar als men uit den mond van den heer Heemskerk hoort, dat hij spreekt van Amsterdam's recht om te eischen, dan zou ik hem wel willen vragen, of het niet ligt op den weg der Regeering, eerst eens te overwegen, hoever dat recht wel gaat. Heel anders is het gesteld met steden als Parijs en München, die van buiten af zich middelen weten te scheppen, dan met de onze, ten aanzien waarvan men meent te moeten komen met het alternatief, dat de Rijksregeering heeft
raden
te
dergelijke
brengen, die met zulke denkbeelden vervuld
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's