Parlementaire redevoeringen - pagina 482
Deel II. Ministrieele redevoeringen. Tweede Kamer.
ZITTING 1903—1904.
480 terrein niet volgen.
Beslist toch
is
door haar uitgesproken, dat
geen
zij
En wat het eerste punt betreft, vrouw pari passu benoemJudicata door een votum der Kamer
materieele verandering in deze wenscht.
namelijk of reeds onder de bestaande wet de
baar
en
staan wij nu voor een res
is,
is
er voor de Regeering geen reden, hierop verder in te gaan.
Handelingen,
Wanneer
blz.
135.
was
het eerste debat uitsluitend de vraag tot beslissing
bij
gekomen, of volgens de tegenwoordige Gemeentewet eene vrouw tot burgemeester benoembaar is, zou de geachte afgevaardigde volkomen gelijk
Maar zoo
hebben.
waar
heeft het debat niet gestaan.
De
quaestie
is
verband met het ambt van burgemeester, secretaris en ontvanger het woord „Nederlander" gebezigd wordt, daaronder ook Nu er eenmaal een res de vrouwen kunnen begrepen worden. j'udicaia is, valt het vanzelf er onder. De geachte spreker brengt deze quaestie nu wel degelijk op een ander terrein; want eerst gold het de geweest,
vraag,
nu
hij
wat
of,
of
in
onder „Nederlander" ook vrouwen
bepleit de
verstaan
maken
te
Ik begin met dank
te
hoofdgedachte,
wijziging
van
terwijl
heeft.
Handelingen,
met de
zijn,
meerdere of mindere geschiktheid voor deze betrekking,
wereld met de eerste vraag
niets ter
te
art.
149
blz.
136.
zeggen aan de sprekers, voor hun instemming
welke
de
voor
te
Regeering er toe geleid stellen.
heeft,
Reeds herhaaldelijk
deze is
in
Kamer, met name door het vroegere lid, mr. Pijnappel, aangedrongen op het doen eindigen van den bestaanden misstand. Dit gaf deze
mij reeds vooruit het vertrouwen, dat de hoofdgedachte instemming
zou
Het debat van heden heeft dat vertrouwen niet geschokt. Aangenaam was het mij dan ook, niet alleen uit het Voorloopig Verslag, maar ook mondeling van de sprekers te hooren, dat met de hoofdvinden.
gedachte van deze wijziging wordt ingestemd. Intusschen
is
de heer Aalberse, hoewel ook zijnerzijds met de hoofd-
bedoeling instemming
betuigende, toch nog eens
voor het denkbeeld dat ook
Door hem
in het
in
het krijt getreden
Voorloopig Verslag was aangegeven.
waar men eenmaal er toe overging, te veranderen, er nu ook eene radicale wijziging behoorde ingevoerd te worden, die tot stand ware te brengen, niet door herziening van art. 149, maar door het indienen van toch
werd
bepleit, dat,
de inrichting van den burgerlijken stand
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's