Parlementaire redevoeringen - pagina 81
Deel II. Ministrieele redevoeringen. Tweede Kamer.
LIBERALE GROFHEID. linker- en rechterzijde zullen,
Welnu,
wetgeving
alle
bij
zij
Gij zult
uw
meen
toepassing zoeken
in
79 samengaan, dat
hierin
ik,
te
brengen de ordinantie:
Maar hierin zal de rechterdan toch van de linkerzijde onderscheiden, dat wij van Hem, woord sprak, vooraf dit andere woord hebben ontvangen: „Gij naaste liefhebben als u zelven.
zijde zich
die
dit
Dit
krachten.
voeg er
ik
al
uw
verstand, met
al
uw
het eerste en het gioote gebod".
is
aanhooren van die woorden buigt elk
Bij het
en
Heere uwen God met
liefhebben den
zult
bij:
elk
lid
van de rechterzijde,
van het Kabinet, zich diep eerbiedig neder. Handelingen, blz. 327 334.
lid
—
Vergadering van 6 December
Mijnheer de Voorzitter
ook
heeft het mij
niet
Wie
!
kaatst
moet den
1901,
bal verwachten,
verwonderd, dat na mijn rede, die
mijn hield, van enkele geachte afgevaardigden de bal naar mij
Toch had
ik
wij zoo straks uit
niet
verwacht, dat daarbij zou worden
vernamen
uit
en zoo
ik in eersten teris
toegekomen.
uitgesproken, wat
den mond van den geachten afgevaardigde
Zutphen, die het booze gebeurde op de glooiing van den Monte Rosa,
waarop
ik
wees, hier niet alleen verdedigde, maar ook verklaarde mijn
tegen
antipathie
persoon,
en
grofheid
die
zelfs
roemde
als
uit
de
openbaring van een mannelijk karakter. Ik heeft te
intusschen
laat al
deze
en dergelijke invectieven rusten; het debat
zoovele uren geduurd, dat ik meen, in den geest der
handelen, zoo ik mijn repliek in den kortst mogelijken
zoek
te
brengen.
komen op
Met enkele woorden moet
ik
tijd
Kamer
ten einde
evenwel vooraf terug-
den strijd met citaten uit vroegere door mij geschreven stukken niet zou aanvaarden. Ik zou daarop niet zijn teruggekomen, indien men dit niet van meer dan één zijde had uitgelegd, alsof daarin school eene poging om mij aan de verantwoormijn
verklaring,
dat ik
delijkheid
van het vroeger door mij gesprokene of geschrevene
trekken.
Wat
ik
zeide
in
mijn
eerste
rede,
gaf
tot
dit
te
ont-
vermoeden
Toen toch heb ik als motief voor mijn handelwijze aangegeven den aard en den omvang van het door mij geschrevene. De tijd ligt nog niet zoo ver achter ons, dat de citatenoorlog in deze Kamer aan de orde van den dag was. Toen ik in mijn
geen
aanleiding.
uitsluitend
eerste
periode in deze
Kamer aan den
strijd
deelnam,
liep bijna ieder,
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's