Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Parlementaire redevoeringen - pagina 494

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Parlementaire redevoeringen - pagina 494

Deel II. Ministrieele redevoeringen. Tweede Kamer.

2 minuten leestijd

ZITTING 1903—1904

492

eene wijziging willen vootstellen, dan

Kamer mij

het beter vindt, zal ik er verder geen quaestie

Vele

neerleggen.

bij

dan

zal ik die bestrijden,

Voor

ik.

mij

er twee ambtenaren zijn aangesteld? In groote

maar

hij,

Het komt

het personeel

die

dit

wel,

moeten worden geïn-

onder

zich

heeft,

zal

hij

is,

die alles doet

het personeel

moeten

Wanneer

er twee

Ik geloof niet, dat dit bezwaar oplevert.

instrueeren.

wanneer

gemeenten gaat

dat in de regeling alles zal

voor,

mij

voorts,

kleine gemeenten zal het moeilijkheden opleveren.

Wanneer een van de ambtenaren de man

diceerd.

en

in

de

hebben van de praktijk meer kennis bezwaren echter niet zoo ernstig als zij

worden voorgesteld. Hoe moet het gaan, vroeg de heer Goeman Borgesius zeide

als

leden

de

zijn

maar

van maken, doch er

met eigen personeel op een apart bureau, zullen zij ieder hun personeel instrueeren. Wanneer men het voor de onafhankelijkheid van de ambtenaren van den burgerlijken stand bezwaarlijk ambtenaren

vindt, zal tot

zijn,

men

ieder

bij

mij geen absoluten weerstand vinden

om

op

dit

punt

wijziging over te gaan.

Eindelijk heeft de heer Borgesius gezegd, dat ik wat veel vertrouwde op het zedelijk gevoel. Ik moet zeggen, dat mij die uitdrukking bevreemdde van iemand, die wel met eenigen grond gerekend wenscht te worden onder hen, die het ethisch element als eene kracht in het maatschappelijk In de Memorie van Antwoord leven huldigen en bevorderen willen. heb ik gezegd, dat, waar men eischen stelt te midden van een toestand,

men onmogelijk aan

waarin vervalt

wel dit

;

terwijl,

mogelijk opzicht

die eischen

wanneer de toestand zoo

is,

kan voldoen, het zedelijk besef

is,

dat het voldoen aan die eischen

het zedelijk besef zijn rechten herneemt.

aan het ethisch element meer kracht toe

te

Ik hoop, in

mogen kennen

Bovendien weet hij ook wel, dat, wanneer gehandeld wordt in strijd met de wet, er is eene sanctie van eene weisbepaling, krachtens welke vervolging wordt ingesteld. Die vervolging is dan tevens een middel, waardoor het ethisch element, dat niet genoeg werkt, versterking ondergaat. De officier van justitie heeft zich dikwijls onthouden van het instellen eener strafvervolging, omdat hij stond voor een toestand, die niet te veranderen was maar dan

de geachte afgevaardigde doet.

;

de

roeping

nu

hij

van den

kan toezien

gecreëerd

is,

officier

op

de

dat de toestand

van

justitie

naleving

der

wordt wet,

eene gansch andere,

waar de mogelijkheid

goed wordt. Handelingen,

blz.

147.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908

Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's

Parlementaire redevoeringen - pagina 494

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908

Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's