Encyclipaedie der Heilige Godgeleerdheid - pagina 516
Eerste deel. Inleidend deel.
Afd.
.5o8
minst
het
in
gedetailleerd
brengen
Hfst. III. §
2.
aanwezig.
niet
baljox.
143.
Veeleer geeft
hij
in zijn
voorrede
onder welke categorieën deze wijzigingen
aan,
en
te
welke
§§ de meest in het oog springende wijzigingen van elke categorie voorkomen. Voor zoover nu deze zijn,
in
wijzigingen ten doel hadden, de geschiedkundige overzichten tot
op den tegenwoordigen clopaedisch
daar immers
belang,
der
Historie
Theologie,
Wijzigingen,
die
voort te zetten, bieden ze geen ency-
tijd
en
slechts strekken
dragen geen eigen karakter.
deze
overzichten zelve in de
natura
niet
En
om
sua
den zin
hier
thuishooren.
te verduidelijken,
encyclopaedisch hebben daarom
alleen die wijzigingen beteekenis, die Reischle zelf omschrijft als
aangebracht in plaatsen, „in welchen mir die theologischen An-
schauungen des Verfassers noch nicht zur vollen Klarheit gekommen oder durch die neuere Entwicklung der Theologie überholt zu
schienen"
sein
(p.
X).
De
sterkste
wijziging, die
hij
aan-
bracht, bestaat hierin, dat Reischle de Patristiek niet meer, gelijk
Hagenbach, als onderdeel van de Dogmengeschiedenis opvat, maar als een zelfstandig vak, dat de Christelijke „Literargeschichte" tot inhoud heeft, en alzoo „das literarische Arbeiten der hiebei
mitwirkenden Manner im
sammtwirkens
charakterisirt, die
gruppirt,
und mit den
dieselbe
hervorgerufen
Symboliek kent zelfstandige
hij
Fragen und Forschungen, welche haben, bekannt macht" (p. 294). Bij de
kritischen
aan de controvers-zijde dezer wetenschap het
karakter
verband hiermede,
Rahmen ihres Lebens und GeWerke der christlichen Literatur
van
Polemiek
de Polemiek en
toe
(p.
297), terwijl hij, in
Ireniek slechts „als eigen-
thümliche Seiten an der dogmatischen Wissenschaft" gelden laat 406).
(p.
Reeds deze wijzigingen echter verraden genoegzaam de
zelfstandigheid van zijn oordeel, en de scherpte
van
zijn blik,
om
het niet te betreuren, dat Reischle ons geen zelfstandige struc-
tuur voor de Encyclopaedie in haar geheel geboden heeft. §
143. Dr.
De
J.
M.
C.
Baljon.
Utrechtsche hoogleeraar Dr.
J.
M.
C.
Baljon, wiens over-
lijden
door ons met leedwezen onder het afdrukken dezer blad-
zijden
vernomen werd, leverde een proeve van theologische
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 556 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 556 Pagina's