Parlementaire redevoeringen - pagina 271
Deel II. Ministrieele redevoeringen. Tweede Kamer.
269
POLITIE-QUAESTIES.
sprake gebracht de eenigszins ongelijkmatige toestand, die in de residentie bestaat, waar voor de verkiezingen voor de Tweede Kamer der Staten-
Generaal
en
voor
die
den
van
kiesdistricten bestaat, terwijl er
één
Staten
vaardigde
eene
kolossaal
zal
decisie
wel
district
niet
gemeenteraad eene indeeiing in drie voor de verkiezing voor de Provinciale is met 21,000 kiezers. De geachte afge-
van mij vragen, dat
Gaarne doe
neem.
de
ik
ik
op
dit
toezegging,
oogenblik dat,
in
deze
nu eenmaal
op de zaak is gevestigd, ik haar zal laten onderzoeken, om na te gaan, of aan het bezwaar, waarop door hem is gewezen, kan worden te gemoet gekomen. en dat begrijp ik De geachte afgevaardigde uit Winschoten heeft gevoeld, dat het niet aanging, zulk eene belangrijke zaak volkomen
mijn aandacht
—
—
banken van leening van het eene jaar op het andere te verschuiven. Hij moet zich echter in mijn toestand kunnen verplaatsen en begrijpen, dat, wanneer men steeds gedwongen wordt, dan deze en dan weer die zaak er bij te nemen, men zich als Minister moet afvragen: kan ik van de ambtenaren vergen, dat zij nu weer aan die zaak zich zullen wijden? Op dit oogenblik, bij den arbeid, die er nu reeds is, moet ik verklaren, geen personeel beschikbaar te hebben. der
als die
Wel
zegt
de
geachte
spreker,
—
en
hij
heeft daarin gelijk
—
,
dat er
kan onderzoeken en zoo noodig kan afdoen. Maar wanneer hij zich goed rekenschap geeft van hetgeen aan deze materie vast zit, zal hij tot de conclusie komen, dat dit onderzoek niet in een paar dagen zou afloopen. Intusschen dank ik hem, dat hij op deze zaak, waarvoor ook ik veel gevoel, de aandacht gevestigd heeft. Ik durf zeggen, dat het niet een in de lucht gesproken woord zal blijken een avant-projet gereed wijzigen
en
dat
ik
is,
die
en dat ik zaak
dus
dit
gemakkelijk
te zijn.
De
Van Nispen heeft gewezen op den metterdaad gebrekkigen van het gemeentelijk politiewezen. De cijfers, overgenomen Wanneer daaruit blijkt, uit het bekende rapport, zijn onrustwekkend. dat 39 pet. van het politie-personeel niet in staat is een proces-verbaal op te maken, kan men wel zeggen, dat de toestand zeker niet is zooals die wezen moet. Hij gevoelt, dat aan het oprichten van politieheer
toestand
scholen nog niet
te
Politiebond zooveel
denken
valt
mogelijk
te
en beveelt daarom aan, den Algemeenen steunen, het examen van dien bond
meer ingang te doen vinden, en als regel van dien bond bij benoeming of bevordering ten te
einde
het bezit
van het
diploma
tot voorwaarde te maken, zoodoende den algemeenen toestand van de gemeentepolitie
verheffen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's