Parlementaire redevoeringen - pagina 645
Deel II. Ministrieele redevoeringen. Tweede Kamer.
Groote noten
hebben,
het
geven
van
klassen.
onderwijs
te
643 beletten,
zoo
zij
voldoen
aan de vereischten van de wet. In de vijfde plaats heeft de heer Bijleveld de vraag gedaan, of
voor de
werkzaamheid aan scholen, die gevorderd wordt om het examen voor de hoofdakte te kunnen doen, ook in aanmerking komen tweejarige
de diensten, verricht de
akte
als volontair of kweekeling, na het verkrijgen van onderwijzer. Reeds door den geachten afgevaardigde, den Vries, is daarop met verwijzing naar art. 61 der wet opge-
als
De
heer
merkt, dat die vraag toestemmend moet worden beantwoord. De geachte afgevaardigde heeft tevens gevraagd, of er
eenheid zeer
in
de
akte zou
uiteenloopende
begrijp
zijn
cijfers
opmerking,
men volkomen
te
brengen in
en
niet
meer
en heeft daarbij gewezen op de drie onderscheidene inspecties. Ik
zeer
zijn
zeker
ware
het
te
wenschen,
eenheid in heel het land krijgen kon,
maar
dit
dat
zou
men allen voor eene zelfde commissie brengen En nu zij het mij veroorloofd op te merken, dat, waar de neiging meer en meer boven komt, ook aan de kweekscholen diploalleen mogelijk zijn, als
kon.
—
waardoor vanzelf want dan moeten de bijzondere kweekscholen dit recht ook hebben het getal examineerende colleges grooter zal worden, het gevaar van uiteenloopende Ik moet dus verklaren, dat ik inzichten eer nog iets zal toenemen. zonder nadere aanwijzing geen middel zie om die eenheid zóó te scheppen of zóó te herstellen, dat er geen klacht over variëteit zal meeringsrecht
te
verzekeren,
—
overblijven. In de zesde plaats
is
ter
sprake gekomen de vraag, of klassen van 55
om
behoorlijk ermede te kunnen werken. Mij wanneer wij daarover spreken, dan moet altijd wel in het oog gehouden worden, dat wij hier te doen hebben met twee onderscheidene gevallen. In de eerste plaats met heel kleine scholen, waar één onderwijzer is bij een niet zoo heel groot aantal leerlingen. Daar bestaat dan het ongerief niet in het getal van de leerlingen, maar in de indeeling Doch wanneer men in de tweede plaats in vier, vijf en zes klassen.
kinderen
niet te
groot
zijn,
dunkt,
van de overige scholen zegt, dat de klassen te groot zijn, dan neem ik dit aan, maar wil dan toch opmerken, dat er op het oogenblik 25.000 onderwijzers zijn (de kweekelingen inbegrepen) en ongeveer 800.000 schoolgaande kinderen. Wanneer ik deze getallen op elkaar deel, krijg Trek ik de 5.000 a 6.000 kweekelingen van ik tot uitkomst 32, het aantal onderwijzers af en deel ik dan dat getal op 800.000, dan krijg ik tot quotiënt 42. Toch geloof ik, dat getracht moet worden, het
getal leerlingen per onderwijzer te
verminderen, maar
men
vergete
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's