Parlementaire redevoeringen - pagina 125
Deel II. Ministrieele redevoeringen. Tweede Kamer.
BIJZONDERE GYMNASIA EN HET JUS PROMOVENDI. van de wet op het hooger onderwijs geen
artikel
de principieele beslissing
De
heer
betuigd,
—
wondering
is
heeft
de geachte spreker zegt: dat
,
ik
niet
hebben vóór
gevallen.
De Savornin Lohman
—
letsel zal
123
er
niet
ontevredenheid over
zijn
ontevredenheid,
aanstonds na het optreden van
maar dit
ver-
Kabinet
de bepalingen heb ingetrokken, die door mijn ambtsvoorganger werden gevoorwaarden, om aan een 7-tal gymnasia het recht tot diplomeeren
steld als
De zaak had
Er was door die gymnasia met den Minister eene zekere overeenkomst gesloten, berustende op een 4-tal voorwaarden, waarvan er één was, dat de leeraren-examinatoren moeten bezitten de acte van bekwaamheid, in art. 16 der wet op het hooger onderwijs voor de leeraren der openbare gymnasia gevorderd; en voorts, dat deze eisch niet zal gelden voor de leeraren, die bij de inwerkingtreding van het Koninklijk Besluit van 7 Juni 1901 {Staatsblad n". 143) aan de school werkzaam waren of vóór 1 Januari 1906 zullen worden aangesteld. De gymnasia konden die voorwaarden te eerder aanvaarden, omdat zij het lang kunnen uithouden. De examinatoren staan nu op de lijst en voor 1906 kan men er nog zoo vele aanstellen als men wil, die dan hun recht behouden, ook na dien datum. Ik zag dus niet in, dat er dringende reden was, dadelijk reactionair op te treden. Ik heb gemeend, waar er geen urgentie was, liever eene afwachtende houding te moeten aannemen. Misschien, dacht ik, zal er in den loop des jaars nog wel eens een gymnasium komen vragen om dezelfde bevoorrechting, en dan zou het in mijn voornemen liggen, dat voorrecht van andere verplichtingen afhankelijk te stellen. Want die voorwaarden zijn niet gesteld als algemeene regelen, maar bij wijze van voorwaarden voor elk der 7 gymnasia. Deed zich een nieuw verzoek in die richting voor, dan zou ik dus andere regelen kunnen stellen. Als een van die zeven gymnasia de voorwaarden zou willen gewijzigd zien, op den voet van de aan het achtste gymnasium gestelde, dan zou ik daartoe bereid worden bevonden. Het standpunt, dat de heer Heemskerk inneemt ten opzichte van de toe
te
kennen.
mijns inziens geen haast.
bijzondere gymnasia, acht ik daarentegen hoogst gevaarlijk. Indien toch het recht
en
tot
uitsluitend
diplomeering eenvoudig werd toegekend zonder conditiën afgaande op den indruk, die van het onderwijs aan dat
gymnasium werd ontvangen, dan geloof
ik,
dat
men
de
deur
zou
voor de welvaart van
openen voor gymnasia hoogst bedenkelijk zou zijn. De Minister kan zelf niet zulk een gymnasium bezoeken en moet afgaan op het getuigenis van den inspecteur der gymnasia en dan zou die man, die op zich zelf geen eene administratieve willekeur, die
die
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's