Parlementaire redevoeringen - pagina 455
Deel II. Ministrieele redevoeringen. Tweede Kamer.
BENOEMBAARHEID VAN VROUWEN.
453
ook van ons volk wel eens een gebruik van haar macht heeft gemaakt, om aan de vrouw eene mindere positie te geven dan waarop zij aanspraak
van
dit
Mijnerzijds wil ik het wel uitspreken, dat er ten aanzien
heeft.
vraagstuk eene evolutie
worden
dienst moet
waar
is
te
nemen,
die mijns inziens in
gesteld van hetgeen steeds de Christelijke opvatting
Niet dus om het onderscheid tusschen man en vrouw bedoeld heeft. op te heffen, maar wel om de vrouw, waar dit noodig blijkt, te beschermen, haar zoo mogelijk een breederen werkkring in de maatschappij te openen en haar als persoon te verheffen. Vraagt men, hoe ik zou oordeelen, wanneer hier een voorstel aan de
orde was, ambten,
om
ik mij gaarne
Nu dat
echter hij
de vraag
beslissen, of
te
vrouwen
al
hier bedoeld, dienen op te treden, dan
als
dan zij
publieke
niet in
geantwoord, dat
de moeite zou geven, daarop ietwat uitvoerig
te
gaan.
de woordvoerder van de geachte voorstellers gezegd
heeft,
op
niet bedoelde, hier
uitmaken en ook
om
niet
dit
iets
in
oogenblik die quaestie principieel
voor de vrouw
te
verkrijgen wat
oogenblik niet heeft, meen ik mijnerzijds
dit
De
vraag komt alleen hierop neer:
de Gemeentewet, gelijk
dit
oogenblik
secretaris
en
is,
toe,
ontvanger
dat
eene
laat
vrouw
punt
tot
benoemd wordt?
te
mogen
te
zij
doen
op
dit
laten rusten. zij
op
burgemeester, of ook
tot
Die vraag wordt door mij
in antwoord op de vraag van den geachten woordvoerder der voorstellers, geen oogenblik aarzelen te verklaren, dat, indien de benoeming van eene vrouw tot secretaris of
beslist
ontkennend
beantwoord en
ontvanger geschiedde,
ik
ik
zou,
zonder verwijl zoodanig
besluit tot vernietiging
zou voordragen.
Reeds hieruit moge blijken, dat het mij geenszins onverschillig is, of amendement aangenomen dan wel verworpen wordt. Door den heer Heemskerk is er terecht op gewezen, dat ik mij niet tegen het amendement zou behoeven te verzetten, indien het amendement was toegelicht in dezen zin, dat bij aanneming ervan geen andere opvatting zou worden gevestigd dan dezerzijds wordt voorgestaan en verdedigd. De en ook geachte afgevaardigde heeft evenwel uitdrukkelijk beweerd, dat de wet wel degelijk de benoemdoor andere leden is dit geschied baarheid van vrouwen toelaat en dat de inlassching van het woord „mannelijk" er toe leidt, de deur, die nu wel niet wijd openstaat, maar
dit
—
—
dan toch op een die
gegevens
,
doen en op slot. Wanneer onder amendement werd aangenomen, zou daarmede ge-
kier, geheel dicht te
het
worden de opvatting van de tegenwoordige Gemeentewet, niet gelijk die door mij wordt voorgestaan, maar zooals die door den heer 5midt en na hem door den heer Borgesius aangegeven is. Het is dan steund
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's