Parlementaire redevoeringen - pagina 221
Deel II. Ministrieele redevoeringen. Tweede Kamer.
HET PROGRAM VAN HET KABINET.
219
af als coalitie-Kabinet aandiende, en aandienen moest, zich zelf oordeelt.
Zulk een Kabinet komt
tot
stand door samenwerking van mannen,
tot
onderscheidene richting behoorende, kan uit dien hoofde niet homogeen zijn, en mag niet anders beoordeeld worden dan naar zijn regeerings-
program en naar de wijze, waarop het dit program tot uitvoering brengt. Dit program gaf het Kabinet in de Troonrede van het vorig jaar. Kan nu gezegd worden, dat in dit program de noodzakelijkheid, sociale hervormingen tot stand te brengen, miskend werd? Was de opsomming van wat als eisch werd gesteld arm en karig? "Werd niet terecht de vrijmaking van het onderwijs en zoo menig ander niet stoffelijk belang onder de sociale hervormingen opgenomen? Hiertegen richt zich de aanval dan ook niet; hij poogt kracht te ontleenen aan het vermijden van herhaling in de Troonrede van dit jaar, en vooral aan wat door het Kabinet gedaan werd of ongedaan bleef. De Troonrede van een nieuw opgetreden Kabinet draagt uiteraard een algemeen karakter^ en trekt de hoofdlijnen van het plan, dat het zich voorstelt, mits voldoende werktijd worde gelaten, te verwezenlijken. De Troonrede daarentegen van het daaropvolgend jaar moet concreet zijn, en mag alleen datgene aankondigen, waarvan men, overhoopte omstandigheden nu daargelaten, voorziet, dat het in den loop van dit jaar de Staten-Generaal zal kunnen bereiken. Daaronder nu kwam als sociale hervorming (altoos deze uitdrukking genomen in den geest der eerste Troonrede) voor: de vrijmaking van het hooger onderwijs, de vrijmaking van het middelbaar
nieuwe
onderwijs,
arbeidswet,
van
neering
de bevordering van het technisch onderwijs, de
de
regeling van het arbeidscontract, en de pensio-
onderwijzers, hunne
weduwen en weezen.
Is dit
weinig,
men rekent met het feit, dat de Departementen, opkomen, het eerste jaar zich belast zagen met de zoo tijdroovende werzaamheden, vereischt voor de invoering van de Militiewet, van de Gezondheidswet, van de Woningwet en vooral van de Ongevallenwet, daargelaten nu nog de tijd, die door de Militaire strafwetten en de Beroepswet geroofd werd? Vergeet men dan, dat een Minister ook die hiervoor
zoo
belast
is
met een
zeer
uitgebreid
moeten
bestuur en eene zeer omvangrijke
die van zijn Departement uitgaat, en dat de uitvoering van genoemde wetten ook op den tijd van zijne ambtenaren breed beslag heeft gelegd? En zoo niet, hoe kan dan een lid der Kamer, dat zich ook maar eenige voorstelling vormt van de moeilijkheid, aan de voor-
administratie,
bereiding van belangrijke wetsontwerpen verbonden, in ernst volhouden,
ware geweest, nu reeds de verzekering tegen ongevallen mede voor de zeevisscherij en den landbouw, de verzekering in geval
dat het mogelijk
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's