Parlementaire redevoeringen - pagina 586
Deel II. Ministrieele redevoeringen. Tweede Kamer.
ZITTING 1903
584
— 1904.
de heer Van Wichen, heeft gesproken weten aan den burgemeester van Marum, dat ik de houding, die hij had aangenomen in het bekende geval, n.1. Nu meent de geachte afgevaardigde, daaruit te niet kon goedkeuren. mogen afleiden, dat de indruk zou gevestigd worden, alsof de burgemeesters te allen tijde gehouden zouden zijn, het later openhouden hunner loca-
De
afgevaardigde,
geachte
hetgeen
over
liteiten
heb
ik
laten
en het langer tappen toe
te staan
aan herbergiers, zoo dikwijls
zij dit
mochten vragen voor de eene of andere vergadering. De geachte afgevaardigde houde mij ten goede, dat de zaak niet zoo stond. Had de burgemeesverlof om langer te tappen zal u door mij niet worden ter alleen gezegd toegestaan zoolang eene politieke vergadering van dezen aard mocht plaats hebben, dan zou ik geen afkeuring hebben uitgesproken; maar De burgemeester heeft aan den herbergier gedat was het geval niet. :
zegd, dat, als
weten
hij
zich niet schikte naar zijn verlangen,
vinden. Dat vinden bestond hierin, dat
te
verlof tot
tappen
later
hem zou onthouden,
hij
hij
in het
hem
v/el
zou
vervolg
alle
voor volksver-
niet alleen
maar ook tijdens de kermis en dergelijke gelegenheden. Daardoor werd die man voor een aanmerkelijk deel bedreigd in zijn bestaan, omdat bij dergelijke gelegenheden een herbergier gemeenlijk goede winsten maakt. En nu kwam het mij voor, dat het niet aanging,
gaderingen,
dat
een burgemeester
elk
geval, langer te laten tappen.
afzonderlijk
niemand
De het
te
te
vrijheid
objectief
mag
beslissen, hij
in zijn
geachte
sub- en
zou dreigen:
De burgemeester
afgevaardigde,
u,
in
dergelijke dreigementen niet uiten en
de heer Helsdingen, heeft geklaagd over
Arnhem met eene zangvereeniging omdat de
weiger
van beweging belemmeren.
leedwezen aan hetgeen daaromtrent toevoegen,
ik
behoort elk geval
inlichtingen,
is
gebeurde.
Ik
medegedeeld,
die ik
niet
kan
mijn
tot
veel nieuws
gevraagd heb, alleen konden
opgegeven waren, Mei, zulk eene vertooning plaats heeft gehad, geen nadere informatiën zijn toegekomen, kan ik de zaak alleen in het algemeen bespreken, en dan staat het vast, dat de burgemeester van Arnhem is geweest een dier mannen, die in betreffen de punten, die mij in het Voorloopig Verslag
en daar mij dan ook over het punt, of
al
vroeger, op
1
de dagen, die achter ons liggen, op de meest verdienstelijke wijze met toewijding
van
alle
krachten gedaan hebben, wat
om voor orde en rust te kunnen De beslissing van de vraag, of
te
Arnhem eene
of de uitvoering eener zangvereeniging moest eene, die volgens
en
waar
art.
ik niet alles
in
hun vermogen
lag
instaan.
openlijke vertooning
worden
toegestaan,
is
er
188 der Gemeentewet den burgemeester toekomt
over
te
zeggen heb.
Wanneer de burgemeester
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's