Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Encyclipaedie der Heilige Godgeleerdheid - pagina 198

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Encyclipaedie der Heilige Godgeleerdheid - pagina 198

Eerste deel. Inleidend deel.

2 minuten leestijd

Afd.

190

2.

Hfst

III.

ABRAHAM CALOVIUS

73.

§

ducimus, quin potius in aperta luce positum existimamus, multa Gentiles habuisse

fama

e

et revelatione Ecclesiae, vel studio et

evolutione librorum de vera religione Scriptorum, vel informatione institutione

et

quae

aliorum,

potuerint,

hauriri

e

naturae lumine nullatenus

solo

documento sunt mysteria quaedam

uti

fidei a

ratione prorsus abscondita, ipsis non omnino incognita" (I. p. 85, 86). Maar met hoe volle teugen sommige volken ook uit deze afgeleide beek der Openbaring gedronken hebben, toch kan deze gratia

om

nooit

Van

Scripturis

in

temerarium"

fidei donatio,

silentium;

die

Kerk

blijkt, ja,

toe te lokken,

het heil te doen vinden.

quae quidem adultis

dat

obtigerit,

eam op mannen als

Scripturam

extra

En waar men

(ib. p. 91).

en Plato beroept, dan

Kerk

ze naar de

ze buiten den schoot der

een „immediata

altum

om

dan

nooit verder strekken,

zich

definire

Socrates

een rudis en vaga

zij

notitia,

hun per famam was toegekomen, bezeten hebben, maar blijkt hoegenaamd van een certa, viva et salvifica fides (ib. p. 91).

niets

vanzelf op de

Dit brengt Calovius dan supernaturalis,

Theologiac,

existentia

bestaan lichten

wat hem aanleiding het

te

pleit

Theologïa revelata of

onder

geeft,

voor

voeren

den het

titel

De

wezenlijk

eener bijzondere Openbaring en haar geaardheid toe te (ib.

p.

1

10—

181).

de echte inspiratio

de

Dit laatste doet onheilige

hij

o. a.,

inspiratio

door tegenover

diabolica te stellen,

die niets dan een gelogen nabootsing van de goddelijke Openbaring is

en strekt

om

den mensch

„Opponitur Revelationi

te verbijsteren.

Divinae Revelatio Diabolica, quae mentitur speciem divinae revelationis

ad seductionem humani generis"

(ib.

p.

163); een rubriek,

dan afzonderlijk de magische kunsten, de bezweringen, het valsche enthousiasme, de ecstatici, maar ook de falsa revelatio diabolica in de Kerk zelve behandelt, en er op wijst, waaronder

hoe

hij

uiterst moeilijk het

vaak

is,

de werkingen van den Heiligen

Geest zuiverlijk van de nagebootste werken van den onheiligen geest te onderscheiden.

Na de Openbaring te hebben afgehandeld, komt hij

alsnu in cap.

IX

en vervolgens tot de bespreking van het doel en wezen der Theologie als zoodanig, en houdt

noch een

scientia,

noch

desaangaande staande, dat de Theologie is, maar moet beschouwd

een sapientia

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908

Abraham Kuyper Collection | 556 Pagina's

Encyclipaedie der Heilige Godgeleerdheid - pagina 198

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908

Abraham Kuyper Collection | 556 Pagina's