Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Parlementaire redevoeringen - pagina 184

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Parlementaire redevoeringen - pagina 184

Deel II. Ministrieele redevoeringen. Tweede Kamer.

2 minuten leestijd

ZITTING 1901

182

— 1902.

en werkgevers hier als arbiters zouden met de gegevens zelf van de wet ten eenenmale in strijd. Men heeft gezegd, dat vrouwen-werkgeefsters en vrouwen-werklieden zeer ernstig in aanmerking komen, omdat zij haar eigen bedrijven het best kunnen beoordeelen. Ja, Mijnheer de Voorzitter, maar het is niet alsof werklieden

voorstelling,

optreden,

is

waar, dat

uit

het stelsel, hetwelk

men

voorstaat, volgt, dat

vrouwen

alleen

hebben over de belangen van vrouwelijke bedrijven en de mannen over die der mannelijke bedrijven. Bij de aanwijzing der leden van den Raad van Beroep volgens rooster zou bijv. eene zullen te oordeelen

vrouw geroepen kunnen worden om aangaat,

was,

oordeelen,

te

het

terwijl

in

eene delicate zaak, die mannen

eene vrouwelijke zaak aan de orde

als

zou kunnen gebeuren, dat geen enkele vrouw

den raad

in

zitting had.

Wat de andere

vraag

betreft,

namelijk of in zake de actieve bevoegd-

de vrouw pertinent moet uitgesloten

worden, acht de Regeering waar het de benoeming van rechters geldt, den weg te volgen, dien wij tot dusverre betreden hebben. Mocht echter blijken, wat de Regeering niet gelooft, dat ten deze bij de Kamer eene andere meening voorzit, dan zou allicht de aanneming van een daartoe strekkend voorstel geen overwegend bezwaar behoeven op te leveren. Het laatste amendement, dat ik nog te bespreken heb, is dat van heid het

wenschelijk,

de

heeren

Helsdingen

tweede alinea van ik

art.

te

Ik meen, dat,

laten vervallen.

deed opmerken ten opzichte van het electorale

duidelijk is

uit te

voeren,

amendement aangenomen werd.

Kamer voor

Voorts dank ik de aangehoord, en meen

Mijnheer de noodiging

tot

ik,

Voorzitter!

ons

te richten,

er

een dienst mede

zal

eene

uitnoodiging

dergelijke

verklaar

ik,

is.

Waar

mij heeft

zij

het

in

de

bedoeling

eene

ligt,

Intusschen begrijp ik wel, dat ik de

Kamer

uit-

tot

er

doen, wanneer ik vooruit mededeel, welke bejegening

te

laten

zou

onzerzijds

wanneer de Kamer ons stelsel dientengevolge wordt besloten, over

waarmede

zou ik met spreken kunnen wachten

dat ik slechts herhalen

de zaak

het geduld,

van verdere bespreking te moeten afzien. Handelingen, blz. 1690—1697.

die uitnoodiging

zijn,

de

hetgeen

bij

stelsel,

aangegeven, dat de Regeering geen kans zou zien, de wet als dit

van

de slotwoorden

voorstellen,

die

c. s.,

9

wil

totdat

En dan

beurt vallen.

kan wat straks door mij

niet

aan

te

is

gezegd:

en het verwerpt, en wanneer

een

beter

Gedeputeerde

stelsel

Staten,

zal

gevonden

dan

zal

de

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908

Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's

Parlementaire redevoeringen - pagina 184

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908

Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's