Parlementaire redevoeringen - pagina 153
Deel II. Ministrieele redevoeringen. Tweede Kamer.
;
DE HAVEN TE KUINRE. het
van
totaal
komt
Daarbij
laadvermogen
het
der 300 schepen door 300 deelde?
de derde plaats, dat de
in
151
cijfers,
door
hem genoemd,
trekking hebben op schepen, die over het geheele land verspreid
kan daartegen op zich algemeen
overzicht
ton
maar
leidt,
zijn.
be-
Nu
geen bezwaar rijzen, als het te doen is om een hebben van de uitkomsten, waartoe meting per waar het geldt een bijzonder wetsontwerp tot
zelf
te
hier,
van haven- en opslaggeld voor de haven te Kuinre, zoo niet uitsluitend, te rekenen met die soort heb ik in van schepen, die daar binnen vallen. Desaangaande heeft de hoofdingenieur van den waterstaat in de provincie Overijsel medegedeeld, dat het aantal schepen, dat in 1901 in de haven van Kuinre uit- en inliep, 418 bedroeg, en dat het aantal tonnen, gerepresenteerd door wijziging der heffing
de eerste
plaats,
die 418 schepen, bedroeg 22,274, zoodat dit oplevert een gemiddeld laadvermogen van slechts 53 ton. Tevens is door een ambtenaar in loco, die de haven kent en weet wat er in- en uitgaat, de verklaring
afgelegd,
dat
haven
de
niet
komt
haven
paalde
hoofdvraag
als
nieuwe
meting
gaven,
die
in
hooge
dan
bij
van
eenigszins
zeer
wat
uitzondering een
grooter
afmeting.
voor
schip
Voor deze
be-
van de schipperij aangaat, deze quaestie: of voor die soort kleinere schepen de verhooging van havengeld oplevert. En uit de op-
geldt
dus,
1901 aan de
belang
het
Kamer
verstrekt
zijn,
is
gebleken, dat
dit,
den regel het geval niet is meestal zelfs leverde de meting per ton voor die soort schepen voordeel op. Wel heeft de geachte afgevaardigde een drietal voorbeelden aangehaald van kleinere schepen, die thans iets meer havengeld moeten juist
wat
betalen,
die
maar
vaardigde,
die
kleinere
daarbij
straks
schepen
was
het
eene
betreft, in
zeer opmerkelijk, dat de geachte afge-
zeer
lange
lijst
van schepen opgaf, voor
wat die kleinere schepen betreft slechts een drietal voorbeelden aangaf, en dan nog van buiten Kuinre. Tegenover die drie voorbeelden stel
van opgaven en verklaringen, die uit Kuinre zelf zijn geworden. Zooveel voor wat de cijfers aangaat. Vraagt men voorts, of er toch op zich zelf niet iets hards in gelegen is voor onze binnenschipperij, die (gelijk ook door den geachten afgevaardigde uit Steenwijk werd opgemerkt) niet bloeit, en die het ik
dus met volle recht de groote
lijst
ons
reeds hard
ook dan
vinden niet
deze
te
verduren
heeft,
dat er, ten laste dezer schipperij,
zij
het
maar voor een klein deel, toch altoos zekere verhooging komt, antwoord ik daarop, dat die vraag thans haar oplossing niet kan ;
zij
toch raakt de veel dieper ingrijpende quaestie, of het
al
dan
om, na de opheffing van zoovele tollen, allengs aan havengelden een eind te maken. Ik kan mij begrijpen, dat er
goed
zal
zijn
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's