Parlementaire redevoeringen - pagina 562
Deel II. Ministrieele redevoeringen. Tweede Kamer.
ZITTING 1903—1904.
560 doen
met dezelfde redeneeringsmiddelen en
wij
hem
functiën, die
ten'
dienste staan.
de beide vragen van den geachten afgevaardigde beant-
zal thans
Ik
woorden, en daarbij zet ik de tweede vraag voorop, omdat aan hetgeen zooeven dat
mannen
gezegd.
is
niet
behoeven
Treub
Barth,
als
voor den neus waard
De tweede a.
e.
De
zijn.
mannen waren,
geachte
aansluit
geen
die
knip
afgevaardigde had die vraag
Memorie van Antwoord
doen, want op bladz. 4 van de
te
zij
vraag was deze, of ik dacht,
het antwoord; daar wordt zonder eenigen blaam naar het. van mr. Treub verwezen. En wanneer men mij dan vraagt, dergelijke werken beschouw als zonder waarde, dan zou ik op
staat
reeds
werk
juist
of ik
antwoord op eene dergelijke vraag Al wat door andere te richtingen tegen de sociaal-democratische wordt geschreven of gezegd, elk van haar standpunt, kan natuurlijk eene schoone bijdrage leveren in mijn beurt
v/el
willen vragen, mij het
sparen, want daarin
ligt
den gemeenschappelijken geschriften niets
het
in
strijd
waard
zou
een soort beleediging.
strijd.
acht,
is
De
vraag
met mijn geheele leven.
zijn
of ik dergelijke
stellen,
te
daarom ook zoo weinig gewettigd,
dat
Steeds heb ik van de
andersdenkenden partij getrokken, om daarmede mijn voordeel te doen. Ook waar een man als de heer Van der Vlugt op ethisch gebied de sociaal-democraten bestrijdt, zal ieder gaarne waargeschriften van
deeren de woorden van een man, die voor het diepste wezen van het recht eene hoogere
wet aanneemt, waardoor ook
hij
op
zijn
zekere kracht weerstand biedt aan de zoo verkeerde strooming, ons nog dat
God
blijft
toch
meer waard de bron hetgeen
is
zijn
van
geweest, wanneer
hij
Maar
al
alle
heeft
hij
recht.
gezegd wel
ter
ten slotte
doet
dege
zijn
hij
wijs al
met
zou het
had gezegd, dit
niet,
waarde
dan
en be-
teekenis houden.
Nu
de eerste vraag,
woord voorkomende,
nl.
of de woorden, in
de Memorie van Ant-
om
drukken, dat er steun
bedoeld
zijn
uit
te
voor vertrouwen en recht moet bestaan in eene hoogere autoriteit, of wel zoo, dat de beschouwingen van de liberalen met die van de sociaaldemocraten theoretisch samenhangen. De woorden, zooals zij in de Memorie van Antwoord staan, laten voor wie ze goed leest, geen andere dan de eerst bedoelde uitlegging toe, en waar de geachte afvaardigde
daarmede eens was, zou ik hier, wat dit punt kunnen sluiten. Ik behoef slechts even aan te toonen, dat de woorden genoegzaam uitwijzen, dat ze zoo bedoeld waren. Er werd gesproken van de losmaking van Overheid en burgerij van den band aan eene bovenaardsche autoriteit, en wanneer Overheid heeft gezegd, dat hij het betreft,
mijnerzijds
het
debat
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's