Parlementaire redevoeringen - pagina 354
Deel II. Ministrieele redevoeringen. Tweede Kamer.
ZITTING 1902—1903.
352 der Regeering
om op
elke vraag, die de interpellant gelieft te doen, te
antwoorden.
Hiermede heb ik namens de Regeering de beide interpellaties beantwoord en ik eindig thans, Mijnheer de Voorzitter, met te verklaren, de Regeering nu, gelijk in het verleden, niet anders beoogd heeft noch beoogt, dan de rechten van alle groepen van ingezetenen te handhaven en te beschermen en, waar zij te zwak zijn beschermd, ze te bevestigen, ze sterker en beter te waarborgen, maar ook, dat onder de belangen, die aan de hoede der Regeering zijn toevertrouwd, mede en zelfs in de eerste plaats, behoort, het hooghouden van het gezag, zonder hetwelk voor geen enkele groep in het land vrede, orde en rust denkbaar is. En daarom is mijn conclusie, dat de Regeering nooit, ter wille van welke groep ook, de hoogheid van de orde in den Staat zal dat
prijsgeven,
maar haar met hand en tand verdedigen
zal tegen hen, die
haar moedwillig bedreigen.
Handelingen,
Vergadering van
Mijnheer de Voorzitter
voor
!
De
11
Maart
blz.
948—952.
1903.
geachte afgevaardigde, de heer Mees,
wat de zaak der conferentie
betreft,
is,
reeds beantwoord door mijn
ambtgenoot van Waterstaat. Mij rest nog, hem op één punt beantwoorden. Hij is nl. nogmaals teruggekomen op het in April
geachten te
1901 aan de Regeering door het bestuur der Nederlandsche Vereeniging voor spoor- en tramwegpersoneel toegezonden schrijven, waaruit dan genoegzaam zoude zijn gebleken, dat er gegevens aanwezig waren, die ons konden doen vermoeden, dat, zoo er op ander terrein in de
nogmaals eene gisting mocht komen, het gevaar verre van denkbeeldig kon zijn, dat het spoorwegpersoneel tot staken zou overgaan. Dat beweren van den geachten afgevaardigde wensch ik te rescontreeren met deze korte herinnering, dat, blijkens het orgaan van de Nederlandsche Vereeniging voor spoor- en tramwegpersoneel van 29 Januari 1903, in eene op 11 Januari te Amsterdam gehouden algemeene vergadering, door den heer Oudegeest, den man, die in deze vereeniging de eerste viool speelt en van wien men dus mag verwachten, arbeiderswereld
dat
hij
althans weet, wat er in zijn eigen vereeniging broeiende of gistende
is,
deze verklaring
te
maken, dat
is
afgelegd:
„Om
wij het loon-systeem
evenwel de vereeniging zoo sterk
kunnen
afschaffen, helpt slechts
de
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's