Parlementaire redevoeringen - pagina 4
Deel II. Ministrieele redevoeringen. Tweede Kamer.
— 1902.
ZITTING 1901
2
zou het grondwettig karakter van de Staten-Generaal wat het
De
Helsdingen,
tegen
den
door
zelve
een
geachten
den
afgevaardigde,
Troonrede ingebracht,
van de
zinsnede
aan den aanhef van de vierde
betreffen bijna uitsluitend de verklaring
„De algemeene volkstoestand stemt
zinsnede:
blijven
moet.
zijn
bedenkingen
heer
meer
niet
opzicht tot
velerlei
in
Tegen die zinsnede is oppositie gevoerd, alsof er stond: „De toestand van den arbeidenden stand in Nederland stemt in elk opzicht Zeker, wanneer er dit gestaan had, zou metterdaad de tot dank". oppositie volkomen juist en deze zinsnede onverdedigbaar zijn geweest. dank."
heb echter
Ik
niet
te
maar
heeft zien schitteren,
eene
verdedigen
afgevaardigde
geachte
de
die
toch wordt niet gesproken
wat er
alleen
feitelijk
dat die algemeene volkstoestand in
dank
in velerlei opzicht tot
aanleiding
klachten
voor
oogen Troonrede
zijn
In de
staat.
^//c
opzicht gunstig
Wanneer
geeft.
En evenmin wordt
Daarmede
stemt.
algemeene volkstoestand
die
dat
niet,
Troonrede,
de
in
van den toestand van de arbeidende klasse,
van den algemeenen volkstoestand.
maar
zinsnede imaginatie
zijn
in
in
nu
alleen
is;
er gezegd, dit,
dat
hij
clocheert het in het minst
velerlei
die
andere opzichten
tot
afgevaardigde
geachte
onzen volkstoestand gegevens aan de hand heeft gedaan, welke metterdaad dengene, die ons volk lief heeft, droef stemmen, dan kan hij ervan verzekerd zijn, dat die droeve toon ook aan de Regeeringsover veel
in
tafel
weerklank
den
waren
toeleg
zijn,
toestand
Het
te
Het
vindt.
zal
het Ministerie er nooit
verbloemen;
toestand
te
met de
realiteit
rekening
integendeel, te
houden
het
en
om
te
zal
doen
trachten,
te
zijn,
steeds onze
den
verbeteren.
ook
waar de geachte afgevaardigde over de Troonrede critiseerde, die niet over arbeid handelde, en onbesproken heeh gelaten die, welke daarover wel handelde. Er komt in de Troonrede ook eene uitdrukking voor over arbeid
heeft mij
sprak,
hij
getroffen, dat,
eene zinsnede
in
den nationalen arbeid, waarin uitdrukkelijk nationalen arbeid meent ligt
in in
te
staat, dat de Regeering dien moeten bevorderen. Wanneer men dit uitspreekt,
men dien arbeid beschouwt als niet verkeeren? Verschillende uitdrukkingen de Troonrede geven dan ook aan, dat het standpunt van het Kabinet daarin dan niet uitgedrukt, dat
een voldoenden toestand
dit is,
te
dat in vele opzichten metterdaad de toestand
van den arbeidenden
stand tot klachten aanleiding geeh, wat ons een prikkel moet zijn
onderzoeken,
of
—
om
te
worden aangebracht, natuurlijk mogelijke, wat ook de geachte afgevaardigde,
verbetering
kan
binnen de grenzen van het de heer Helsdingen, wel als eene nevenbepaling
zal willen
aanvaarden.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's