Parlementaire redevoeringen - pagina 82
Deel II. Ministrieele redevoeringen. Tweede Kamer.
ZITTING 1901
80
gewoon was aan
die
koker
citaten
het debat deel te
zak,
zijn
in
— 1902.
om
die
bij
nemen, met een geheelen
pijl-
gelegenheid op den een of den
Het doellooze daarvan is men van lieverlede gaan met citaten uit een dagblad, geschreven anderen hebben, ook en waarvan ik onmogelijk op waarin het hooren af kan constateeren, of ze werkelijk van mij zijn of niet, daar meen ik te moeten zeggen, dat de strijd zóó zou verloopen in ander af
te
schieten.
Waar men
inzien.
mij thans bestoken wil
eene wijze van strijdvoeren, die metterdaad ook mijnerzijds de poging werd gedaan,
niet te
om
aanvaarden
elk
van die
is,
indien
citaten te
weerleggen.
Er was nog een andere reden voor het aannemen van die houding, en die wil ik er thans bij opgeven. De heeren zouden gelijk hebben gehad met hun citaten, als in het verder door mij geschrevene de evolutie van mijn overtuiging en van mijn gedachten niet even beslist en duidelijk en op allerlei manieren was aangegeven. Ik zal een voorbeeld noemen. Men citeert tegen mij eene uitlating van vroeger, waarin ik mij omtrent de samenwerking met de Roomsch-Katholieke Staatspartij eene
Wanneer
had veroorloofd uittespreken.
opinie
dit
citaat
op zich
zelf
stond en ik daarna in mijn geschriften mij nooit had uitgelaten over de
waarop de overgang van overtuiging bij mij heeft plaats gehad, Maar waar ik in elk stadium van daarin volkomen gelijk. en eiken overgang van overtuiging, niet mijn leven elke ontwikkeling met een kort woord, maar op allerlei wijzen heb toegelicht, daar zal ik toch aan de heeren mogen vragen, om, waar zij zich op eene vroegere uiting beroepen, daarbij dan tevens in aanmerking te willen nemen het antwoord, dat op hun vraag gegeven is in het daarna wijze,
men
had
geschrevene.
kom
met een enkel woord terug op het gesprokene door hebben bestreden, hetgeen ik in eersten termijn heb aangevoerd. Ik zal dit doen met de kortheid, die aan een repliek voegt en daarom alleen datgene bespreken, wat strekken kan om misverstand weg te nemen, of om aan te vullen wat nog niet volledig besproken was. En dan kom ik in de eerste plaats tot den geachten afgevaardigde uit Rotterdam, den heer Mees, die mij gevraagd heeft, of, waar vroeger Ik
de
heeren,
mijn
stelsel
thans die
was
:
in isolement
zoek
ik
mijn kracht,
dit stelsel
thans niet
met anderen samenwerk. De geachte afgevaardigde ging daarbij blijkbaar uit van de stelling, dat de regel: in isolement zoek ik mijn kracht samenwerking met andere partijen uit-
is
verlaten,
sluit
dat
of dit
overmits
verbiedt.
ik
Het
eene opvatting
zij is,
mij
daarom vergund, hem er op
berustend op een misverstand.
te
Dit
wijzen, is
nooit
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's