Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Parlementaire redevoeringen - pagina 426

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Parlementaire redevoeringen - pagina 426

Deel II. Ministrieele redevoeringen. Tweede Kamer.

2 minuten leestijd

ZITTING 1902—1903.

424

wetsontwerp door den loop der omstandigheden geen doel meer heeft, besluit vooralsnog, dit ontwerp (stuk 141) af te voeren van de orde

van werkzaamheden.

Daar deze motie ondersteund Ik

stel

is

voorgesteld door zes leden, behoeft

zij

niet

nader

worden.

te

de beraadslaging over de motie te doen plaats hebben met de algemeene beraadslaging over de aan de orde zijnde

voor,

gelijktijdig

wetsontwerpen.)

Dienovereenkomstig wordt besloten. Handelingen,

De

vraag

Regeering

meer mede het

mij

is

een te

nogmaals

non possumus deelen,

wetsontwerp

zal

dat

zij,

zij

de

bij

er niet toe overgaat, zonder

daartoe door de Koningin gemachtigd,

intrekken.

hier eene materieele en

waarom, wanneer er

gedaan, bestaat,

1375—1379.

blz.

Mijn antwoord daarop

eene formeele quaestie.

De

is

eerste

Er

dit: is,

of

is

men

moet opmaken, dat het onder de wapenen houden van de troepen ook na afloop van de zes weken van de zijde der Kamer op zoo ernstige critiek stuit, dat men daarover ernstig zou moeten debatteeren. En nu meen ik te mogen zeggen, dat uit de verschillende stemmen, die van links zijn opgegaan, de conclusie mag worden gemaakt, dat niet daargelaten eene kleine fractie alleen rechts maar ook links de overgroote meerderheid van de Kamer die handeling als zoodanig niet aan critiek wil onderwerpen, en het beleid van de Regeering, in deze gevoerd, niet wenscht af te keuren. Natuurlijk is dat voor de Regeering reeds winste maar laat ik nu toch bij de behandeling van het formeele punt de heeren er op mogen wijzen, dat, wanneer de materieele quaestie anders stond, wij voor geheel dezelfde formeele quaestie zouden staan. Welke houding zou het van de zijde der Regeering hebben, indien er in de Kamer van uit

de

gevoerde

beraadslagingen

;

eene gezindheid bleek om het materieele beleid, in deze door de Regeering gevoerd, af te keuren, en men ware dan tot intrekking zonder meer

overgegaan? Zou dat niet Regeering om zich aan de gelegenheid

zijn

beschouwd

discussie

te

als

een

middel

onttrekken en de

van

de

Kamer de

te ontnemen, naar aanleiding van het Voorloopig Verslag met haar van gedachten te wisselen? Wat het formeele punt betreft. Mijnheer de Voorzitter, zou er,

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908

Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's

Parlementaire redevoeringen - pagina 426

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908

Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's