Parlementaire redevoeringen - pagina 262
Deel II. Ministrieele redevoeringen. Tweede Kamer.
ZITTING 1902—1903.
260
onmogelijk maakt. Het woord „finaal" heeft dan ook nooit die bedoeling Er is bij die oplossing tweeërlei periode. De eerste periode,
gehad.
Mijnheer de Voorzitter, door uw Kabinet begonnen, kon niet anders dan eene kleine verademing voor den druk van de bijzondere scholen geven. In de tweede periode blijft het daarbij niet en komt de overgang tot de oplossing, die eindelijk de gelijkheid brengen moet. Natuurlijk
wordt daarmede die
actie
finale
het
niet
bereikt,
slot
kan afloopen
niet
maar
ligt
daarin opgesloten, dat
één stadium, maar minstens twee
in
moet doorloopen. "Waar nu door de Regeering uitdrukkelijk en mondeling is uitgesproken, dat in de volgende zitting de Kamer bereiken zal een voorstel van wet, waarbij, hetzij in den geest van het Unie-rapport, hetzij in den geest van de bekende motie, eene oplossing van deze quaestie is vervat, daar is, dunkt mij, elk beweren, stadiën
schriftelijk
alsof
door
te
rapport.
zou
teleurstelling
hier
program
volgen
door
Unie-rapport,
het
Aangezien
mondeling
eene
zóó
maar
het
de Regeering gegeven
wetsontwerp
daarover
De
het
niet
Van
heer
in
volgende
de
kan oordeelen, spreekt
Zwaag
der
hij
den geest van het Unie-
in
zal,
is,
om
te
anti-revolutionair
zou worden gezocht
verklaring
pertinente
afgevaardigde eerst dan recht hebben als
In
misplaatst.
zijn,
heeft niet gestaan, dat de finale oplossing
èn
dunkt
voor
heeft ten opzichte
niet
komt.
èn
de geachte
mij,
spreken van
zitting
schriftelijk
teleurstelling,
Zoolang
hij
zijn beurt.
van de Openbaring van
van de mijne afweek. Hij meende, dat die Openbaring tot stand gekomen was zonder te rekenen, wat den vorm betrof, met de omstandigheden, de aangelegenIk meen heid, de nationaliteit en de plaats, waar zij opgekomen was. echter aan deze quaestie meer gedaan te hebben dan de heer Van der de
Heilige
eene
hier
Schrift
Zwaag, en wanneer
ik
voorstelling
gegeven,
hem de verzekering
die
geef, dat ik
bovendien op
de hoogte ben van wat de deskundigen daarover oordeelen, dan geloof
—
ik,
het
meening
hier de plaats niet
is
—
treden
te
uit
,
in te
alle
om
bescheidenheid
spreken,
dat
onder
over deze quaestie verder te
de
mogen
volstaan
in
met
als
debat
mijn
deskundige theologen van de
eeuw er geen is, tot welke kerk ook behoorende, die niet erkennen zal, dat de Openbaring bii haar komst in deze wereld zich, wat den vorm betreft, aanpaste aan de toestanden en personen, aan wie en in verband met welke zij tot stand kwam.
laatste
Ik die
kom
thans
van den
qualificeeren, zijde
heer
tot
de merkwaardigste redevoering van gisteren,
Schaper.
Ik
meen
die
redevoering zoo
te
nl.
mogen
omdat daarin eene poging werd gedaan om aan de rechterde meer vooruitstrevende en de meer behoudende
tusschen
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's