Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Nabij God te zijn - pagina 113

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Nabij God te zijn - pagina 113

2 minuten leestijd

105

MIJN VOET STAAT OP EFFEN BAAN.

Een weg moge ons lang

voor onzen levensgang

moge

te

eenzaam

vallen, hij

of door te groote morsigheid afschrik-

zijn,

maar dat alles biedt niet de tegenstelling, die de weg de vlakte met het pad door de bergen geeft.

ken,

door

De Schrift daarentegen is in een bergland opgekomen. De psalmisten hebben op de bergen gedoold en omgezworven. En zoo spreekt het vanzelf, dat hun zinrijke geest ook aan het

leven

in

bergen de beelden zou ontleenen, waarin

de

de tegenstellingen van het leven zich zouden uitspreken.

En

zoo bood het vlot en met lichten tred zich voortspoeden

op een weg die geheel glad, recht doorloopend en effen was, vanzelf het beeld aan voor een leven, waarvan wij, als volk

aan de

dan

zee,

zeggen, dat

Maar

den wind gaat."

„alles voor

omgekeerd bood het zich inspannen en nauwlijks adem kunnen halen op een weg, waarlangs ge soms uren steil dalen, en dan weer uren lang vermoeiend klimmen moet, van zelf en ongezocht het beeld voor den worstelaar, van wien ons volk, wederom niet met een woord uit het bergland, ook

maar nogmaals met een zeeterm,

dat

zegt,

hij

,het hoofd

nauwlijks boven water kan houden."

En

daarom, in de uitdrukking: „Mijn

effen baan,"

van den man, wien spoed

gekend

voet staat op

kan zich de zelfgenoegzaamheid uitspreken alles gelukte, die nooit

en

heeft,

die,

werkelijkeu tegen-

aan nijpende zorg gespeend,

nooit anders dan zonneglans op zijn levenspad zag schijnen.

Veel meer

daarentegen in dezen uitroep

ligt

staat op effen baan," van wat er in de teleurgesteld verijdeld

zag,

en

als

de

uitdrukking wordt

keer op keer neergeworgen,

maar

eindelijk,

eindelijk

door

hoogland

„Mijn voet

van don Avorstelaar omgaat, die telkens

ziel

die

volhield,

wegzonk, en dan weer tegen het het

hij

:

het zich

punt

al zijn

pogen

het niet opgaf, nu eens

steile

pad opklom, en

bereikte waar de rechte

nu voor

zijn

die

weg

voeten uitbreidt, en

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908

Abraham Kuyper Collection | 368 Pagina's

Nabij God te zijn - pagina 113

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908

Abraham Kuyper Collection | 368 Pagina's