Parlementaire redevoeringen - pagina 294
Deel II. Ministrieele redevoeringen. Tweede Kamer.
ZITTING 1902—1903.
292 onderwijs
ook moeten gaan toepassen op
slaat,
openbaar middelbaar
het
onderwijs. Ik
geheel in het
laat
midden, of
geachte afgevaardigde zal
dit
moet of
moet.
niet
Maar de
toestemmen, dat het hier eene quaestie
mij
de jure constituendo, en ook dat, waar bij de Grondwet op de overheid de zorg gelegd is voor één tak van onderwijs, het niet aangaat, zoo maar eens bij wet of besluit diezelfde zorg te gaan leggen op Ik zeg dit de overheid voor een geheel anderen tak van onderwijs. geldt
meer daarom, omdat de consequentie zou medebrengen, hetzelfde wenschen voor het hooger onderwijs. Wij kennen ook de programmata, waarin dit wordt uitgesproken. Er moet van Rijkswege gelegenheid worden verschaft aan ieder die wil, om aan de Universiteiten te studeeren, ook al bezitten zijn ouders of voogden of hij zelf te te
niets
om
in
dus,
dat
dien
wonen en
de daaruit voortvloeiende kosten
man
de colleges
leven,
middelen aan
gelegenheid moet
schaffen,
te
toegekend
van Rijkswege
in
te
bij
voorzien. Daaruit volgt
te
worden gegeven, daar te gaan wonen en zich de noodige leer-
hem
één woord, dat
moeten worden,
diezelfde rechten
al
met
die een ander betaalt
zijn geld.
Het
daar
zij
kan
uitlaten,
dan
strekken
ligt,
over
consequentiën, niet
aanvaard
dat
stelsel,
zooals
de
zou
bevestigend
worden, indien
welker doelmatigheid
en
doch
zeer
geachte
die
veel,
ja,
interpellant
het
de vierde vraag,
ik
zou
beantwoordde,
ons
leiden
aannemelijkheid
verder
veel zijn
bij
ik
tot
mij
zullen heeft
toelichting
voorgesteld.
Men
heeft er de aandacht
op gevestigd, dat
ten onrechte
en het ontbreken van het noodige leeraarspersoneel
was gewezen, om daarin eene zekere
op plaatsruimte voorwaarden
in die
grenslijn te vinden.
Dit
toch
is
men op met idealen, maar rekening houdt met den bestaanden toestand en het historisch verloop van de zaak. Het is volkomen waar, wat de geachte gansch natuurlijk, indien
afgevaardigde gezegd heeft, scholen niet anders die
klasse zijn
Men kon
zij
is
tenminste hier
nl: dat
het oogenblik niet
oorspronkelijk
bij
daarom heeten
zij
bij
Voor
ook „burgerscholen".
eenigszins gissen het aantal leerlingen, dat
voortkomen en
de hoogere burger-
gedacht dan aan de gegoede burgerklasse.
ingericht en
komt
uit
die klasse
zou
de inrichting en de berekening der kosten van die
men aan niets anders dan aan dat ongeveer berekende aantal Wanneer men nu dit getal gaat uitbreiden, komen die scholen
scholen heeh gedacht.
door
de
in eene gansch andere conditie. Eene enkele kan men nog wel eens in een voorhanden lokaal inrichten.
parallelklassen
parallelklasse
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's