Parlementaire redevoeringen - pagina 114
Deel II. Ministrieele redevoeringen. Tweede Kamer.
ZITTING 1901—1902.
112 terwijl hetzelfde geschiedt
van halve week tot halve week met betrekking over diezelfde materie wordt gezegd. Ik zou
tot wat van andere zijde den geachten afgevaardigde bepaald kunnen aanraden, om die onpartijdige Wanneer hij dan wijze van bestudeering van de quaestie te volgen. die beide rapporten van de eene en van de andere zijde naast elkander
geregeld bijhoudt, zal
hij,
geloof
ik,
worden op
in staat
te vellen, dat eenigszins afwijkt van het oordeel,
hem uitgesproken. De geachte afgevaardigde medische
der inenting niet gaat.
Ik
hem
ik
herinneren
zelf
in
gezegd,
verklaren
nauwkeurig genoeg,
gevoel, dat
hoogleeraar
kind
heeft
zijde rijzen, daaruit te
dit
in
aan het bekende voorval
als
dat
men
bij
van
de operatie
te werk maar toch mag Amsterdam, waar een
niet antiseptisch
de geneeskunde, die een
lancet,
een oordeel
oogenblik door
genoeg
vele gevallen zoo zijn kan,
had gevaccineerd met de
lymphe en
dit
de bezwaren, die
dat zijn,
gesteld,
lief
uiterste
te
en bloeiend kind had, dat voorzorgen,
wat de bijomstandigheden
betreft;
zoowel wat en toch was
24 uren een kind des doods. Ik meen hierop te moeten met die bewering mijn argument niet weerlegd is. Meer zou ik hechten aan de opmerking van den geachten afgevaardigde, tegenover de bewering van den heer Lohman, dat in isolement de kracht moet worden gezocht, indien hij er althans wilde bijvoegen: alléén kracht moet worden gezocht. Ik meen, dat hetgeen de heer Lohman in zijn bekend rapport heeft gezegd, voor een groot deel steek houdt. Er staat echter tegenover dat isolementsysteem, wanneer men dat kind binnen
wijzen, opdat blijke, dat
het
absoluut
neemt,
alleen
dit
ernstige bezwaar, dat de ervaring heeft
geleerd, dat aan het uitbreken der pokziekte eene zekere incubatieperiode
kan men niet zien of iemand de dan geen sprake kan zijn van isolement, terwijl toch besmetting ook dan niet is uitgesloten. Mijnheer de Voorzitter! Hoewel ik meende te moeten antwoorden op hetgeen de geachte afgevaardigde uit Utrecht in het midden had gebracht, ligt het, geloof ik, niet in uwe bedoeling, noch in den zin der Kamer, thans op dit onderwerp diep in te gaan. Er zou daartoe wel reden zijn, indien niet het voornemen was aangekondigd, om binnenkort de behandeling dezer zaak bij de Staten-Generaal aan de orde te stellen. "Waar dat wel het geval is, zal het, dunkt mij, beter wezen, de verdere argumentatie der zaak uit te stellen, totdat men in den breede dit onderwerp kan bespreken. voorafgaat.
pokken
In
heeft,
die
ja
incubatieperiode
dan
neen,
De bewering van den
zoodat
heer Roessingh, dat vroeger onze argumenten
tegen de vaccinatie meest van godsdienstigen aard waren, berust, gelijk
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's