Parlementaire redevoeringen - pagina 633
Deel II. Ministrieele redevoeringen. Tweede Kamer.
Bibliotheken der H. B. over het
toezicht
het
mij
hoogte
niet
middelbaar onderwijs,
aangaat.
trachten
te
moest
Ik
dan kan
dus
mij
631
S.
van
ik
niet
zeggen, dat
den toestand
op de en nagaan, of voor die klachten reden be-
stellen
stond.
Het standpunt,
dat door mij
ingenomen en
is
dat ik strikt blijf hand-
mag gezegd worden, dat de maken heeft. Wanneer de heer Ter Laan
haven,
is,
niets te
dat
niet
geestverwant Wirtz mijn optreden
woord
ik,
Indien
ik
de
dat
eene
heer Wirtz
doe
deze
in
niet
Minister
daarmede
zegt, dat zelfs mijn
kon goedkeuren, dan
ant-
dien zin mijn geestverwant niet
in
is.
een aan den heer Ter Laan geestverwant blad en deze wijkt van zijn meening af, dan zal hij met recht
kunnen
aanhaling
zeggen,
dat
hem ligt. De hoofdbedenking
daarin
is,
uit
beslist
men op
dat
geen
kracht
van
bewijs
tegen
zulk eene wijze willekeur krijgt.
volkomen waar, maar die willekeur is alleen te vervangen door een maatregel, waarover ik wel eens wil denken, nl. afschaffing van de schoolbibliotheken. Dan is het uit. Maar zoolang men die schoolDit
is
men voor
dilemma: of breng er alle dit Anders kan het niet. Van het eerste kan geen sprake zijn. Men moet boeken inbrengen naar keuze. De vraag is dus slechts, wie hier kiest. Het antwoord is, dat er wordt gekozen bij aankoop door den directeur. Wanneer beide geachte sprekers zeggen, dat er den eenen keer deze, den anderen keer die Minister zit, en dat het de Minister is, die het heeft gedaan, dan zeg ik, dat het geheel hetzelfde blijft met den directeur: die directeur is nu eens de een, dan weer de ander, die van verschillend gevoelen kan zijn. Men bibliotheken wil hebben, staat
boeken
in,
of
breng er
in
naar keuze.
kan wel zeggen, dat zoo'n directeur langer blijft dan een Minister en dan is dat ook zoo; die heeren zijn, wat dat betreft, van hun leven beter verzekerd, maar dat neemt niet weg, dat dan toch altoos nog de discretionair
beslissing
van is
de
in
vraag
bij
één
persoon
berust.
heeren opging, moest ook de directeur
het geheel ik,
geen
waarom
er
Wanneer
—
het
stelsel
van den inspecteur
sprake
—
dan
een directeur minder voor willekeur
bij
er zich niet
mee bemoeien.
En nu te
den Minister? De heer Bos zegt, dat hij geen voorstander is van te groote uniformiteit, die op zulk eene wijze zou tot stand komen. Wanneer dateene positieve uniformiteit was, zou ik het met den geachten afgevaardigde vreezen
is
dan
bij
eens zijn, maar hier is slechts sprake van eene negatieve uniformiteit. Al verschil ik van den geachten afgevaardigde op velerlei standpunt, dit hij zal eene andere ontwikkeling wenschen en voorstaan dan ik
—
—
,
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's