Parlementaire redevoeringen - pagina 384
Deel II. Ministrieele redevoeringen. Tweede Kamer.
ZITTING 1902—1903.
382
zooeven ook door den geachten interpellant gewezen, al deed hij het min juist voorkomen, alsof hij krachtens zijn ambt daarin zitting had, zoo zelfs, dat uit de Gemeentewet moest blijken, of hij daartoe bevoegd was. Zoo mag de zaak niet worden voorgsteld. Er zijn allerlei opdrachten, die aan een persoon wel qualitate qua kunnen worden opgedragen, maar louter attributief, zonder dat zij met zijn ambtelijke bevoegdheid ook maar iets uitstaande hebben. Stel, om een voorbeeld van recente herinnering te nemen dat de instelling, door den is
—
—
heer
Carnegie
bedoeld,
tot
kwam;
stand
,
dat
daarvan eene stichting
gemaakt werd, en dat in den stichtingsbrief bepaald van Buitenlandsche Zaken in Nederland een van dan zou dat in geen enkel opzicht, krachtens de zijn ambt, maar geheel attributief bij zijn ambt staat het hier met den burgemeester. Maar al toegeven, dat
hij
ambtelijk zitting in
ook medegewerkt om op heeft,
te
vind
toch
stellen,
als
ik
gold hier het
in
was een
komen. En zoo ik deswege niet de Vergadering van Stad en Lande bij
kan
privaatrechtelijk terrein zulk een schaarbrief vast
burgemeester
deswege de
zijn,
wet, voortvloeien uit
het uiterst delicaat, dat iemand, die zelf heeft
optreedt
schaarbrief tegenover opposanten juist
werd, dat de Minister de trustee's zou
te
om
de bepalingen van zulk een
handhaven.
uiterste voorzichtigheid
hebben
En
moest hij genomen. Het
stellig
in acht
geen enkel opzicht de handhaving van een publiek recht; privaatrechtelijk geding en, gelijk straks
interpellant terecht
is
door den geachten
opgemerkt, voorzag de schaarbrief
zelf in
de wijze,
waarop gehandeld moest worden, indien onverhoopt iemand, in strijd met de regeling van den schaarbrief, zonder daartoe huns inziens gerechtigd te zijn, vee op de meent bracht. Ik meen zelfs, dat het goed is, hier voor te lezen wat in den schaarbrief op het straks voorgelezene volgt, nl. dit, dat er bijgevoegd is: „Onverminderd zijn verplichting
tot
vergoeding van schade en kosten,
zal
door den eigenaar
verbeurd worden eene boete van veertig gulden voor elk zoodanig stuk
Had dus de burgemeester er zich toe bepaald, proces-verbaal te doen opmaken, bijaldien Harmen de Vos met dat paard en die twee vee".
op de weide was gekomen, dan had de Vergadering van Stad hem eene boete van f 120 kunnen opleggen, en daarover had men dan kunnen procedeeren. Het maakt toch al den indruk, dat het dezen opposanten volstrekt niet te doen was om hun vee op de weide te hebben, maar veel meer om eindelijk dan toch de reeds zoolang hangende zaak in rechten te doen uitmaken. Anders toch waren zij met al hun vee gekomen en niet met drie stuks daarvan. En stel al, het ware noodzakelijk geweest, het brengen van vee op de meent beesten
en Lande
I
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's