Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Parlementaire redevoeringen - pagina 473

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Parlementaire redevoeringen - pagina 473

Deel II. Ministrieele redevoeringen. Tweede Kamer.

2 minuten leestijd

DE EEDSQUAESTIE. opinies van rechts en van van volk en land. Ik wil mij

471

links en tot het schade

daarom geheel

doen aan de zaken

op de lijn, waarop de heer Die geachte afgevaardigde heeft ver-

blijven bev/egen

Smidt zich zoo zuiver gehouden

heeft.

wezen naar eene uitdrukking, gebezigd door mijn geachten ambtgenoot van Justitie, en mij pertinent gevraagd, of de Regeering de woorden van dien bewindsman al dan niet voor haar rekening nam. Ik moet zeggen, dat vraag

die

ik

adsunt, achte

verbis

afgevaardigde

volkomen

zich

tot

laatsten

het

eene tijd

bewijs,

dat

hetgeen

niet begrijp.

ontwerp

Ubi facta

heeft

de

ge-

daar voorgesteld wordt

aan

de toen door den Minister van Justitie ambtgenoot heeft toen gezegd: „Wanneer regeling moet komen, laten wij dan de in den

aansluit

woorden.

gesproken het

van den geachten afgevaardigde non opus est. In dit zelfde

Mijn

nieuwe

geaccepteerde

wijze

van

regeling,

namelijk

om

de zaak

waar de zaak der ambtenaren van den burgerlijken stand aan de orde kwamen, geheel conform aan de woorden van den Minister van Justitie gehandeld en ik meen dan ook, dat ik mij van verdere beantwoording van de vraag zal kunnen ont-

facultatief

te

laten,

volgen."

Ik

heb,

houden. In

verband met deze quaestie nog eene opmerking. De geachte afge>

vaardigde heeft laten rusten het

in mijn eerste rede aangevoerde en nu nog eens herhaalde argument, dat ii; heb gebezigd als het hoofdmotief, waarom ik voor de ambtenaren van den burgerlijken stand niet den obligatoiren eed heb voorgesteld, maar hij heeft wel aangestipt mijn tweede argument, dat, wanneer men voor de leden van den raad, die tot wethouder en ambtenaar van den burgerlijken stand benoemd zijn, den obligatoiren eed invoerde, men hèn zou uitsluiten die het waren op grond van den facultatieven eed. Hij heeft gezegd: daar bevordert men niet mede, dat secretarissen ambtenaren van den burgerlijken stand worden, want die verplicht men wel tot den obligatoiren eed. Die redeneering is mij niet helder. Zij zou juist zijn, wanneer ik voor de

ambtenaren van den burgerlijken stand den obligatoiren eed had voorgesteld, opdat de leden van den raad, die krachtens den facultatieven eed waren toegelaten, verhinderd zouden worden, ambtenaren van den burgerlijken stand te worden; maar het omgekeerde is niet waar. Wie secretaris is en den obligatoiren eed heeft afgelegd, kan geen het minste bezwaar hebben, den facultatieven eed af te leggen. Hij kan het doen of laten naar verkiezing.

geachte afgevaardigde heeft gevraagd, of mijn belofte, dat er eene principieele regeling van de eedsquaestie aan de orde komt, niet over

De

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908

Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's

Parlementaire redevoeringen - pagina 473

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908

Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's