Parlementaire redevoeringen - pagina 52
Deel II. Ministrieele redevoeringen. Tweede Kamer.
ZITTING 1901—1902.
50
En
heb nooit mijn Kerk onfeilbaar genoemd.
ik
(De heer Hugenholtz:
Neen, maar wel de Openbaring.)
Wanneer nu
blijkt, dat zelfs Kant en de met over de Rede te spreken, andere genoemde heeren begonnen zonder dat zij tot eene gelijkvormige definitie konden komen, dan zal het niet verwonderen, dat ook de geachte afgevaardigde uit Emmen en de andere sprekers over de Rede gesproken hebben op eene wijze, die de vraag doet rijzen: hebben zij er wel helder over nagedacht, wat de Rede is? Men kan niet zeggen, dat men uit de Rede kan putten, als
de
Mijnheer
Voorzitter!
zijn,
men onder heeft
het
Rede
die
verstaat het formeele denken.
En
juist
die
Rede
door de zonde niets geleden. Zij kan lijden door de zonde van vele drinken, door verzwakking van de hersenen, maar in een
gezond mensch niet. Maar in de tweede plaats is er eene materieele Rede, de haard van onze zedelijke, religieuse en aesthetische beseffen, waardoor wij gemeenschap hebben met de ideale wereld. Omgekeerd krijgen wij in deze materieele Rede uit de natuur en de historie de indrukken van de wereld van buiten naar binnen, en dan gaat de
Maar daarom mag men
formeele Rede aan het werk. zin
Rede nog
de
Rede
in dien laatsten
tegenover de Openbaring, want niet de
tegenover de Openbaring, maar wel de natuur, de conscientie,
staat
de
historie, enz.
16.
Schopenhauer:
Vernunft
niet stellen
ist
„das Vermogen der Begriffe". (W.
a.
W.
u.
VI. Bd. § 515.)
Lotze:
17.
Vernunft
„Fahigkeit,
ist
ewige
Wahrheiten
unmittelbar
in sich
zu vernehmen".
(Gr. d. Psych. § 101.) 18.
Volkmann:
Vernunft 19.
V.
Die
„der Inbegriff der ethischen Grundsatze". (Lehrb.
menschliche
(Phanom. 20.
ist
d. Sittl.
Psych. IF. 491.)
Vernunft
Bew.
ist
„ein Strahl der allgemeinen ewigen Weltvernunft".
S. 332.)
Wundt:
Vernunft "Wirklichkeit
ist
„diejenige
durch
Ideen
Wirksamkeit des Denkens, welclie die Bearbeitung der erganzt, die alle Erfahrung umspannen und doch keiner
Erfahrung angehören". (Syst. 21.
d.
Hartmann:
d.
Phil. S.
189; Exh. 2 S. 510.)
H. Wolff:
„Vernunft ist der Gesammtausdruck für die höchste, umfassendste, gesteigertste Bethatigung des gesammten Seelenlebens des Menschen." (Handb d. Log. S. 162.)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's