Parlementaire redevoeringen - pagina 252
Deel II. Ministrieele redevoeringen. Tweede Kamer.
ZITTING 1902—1903.
250
met name op de benoeming van den heer Cort van der Linden in den Raad van State. Over die benoeming moet ik even een enkel woord met nadruk zeggen. Wat wil men toch? Dat elk Gouvernement, hetwelk optreedt, in de hoogere posten uitsluitend zal benoemen dieIk wil dat niet. Vooral in een genen, die zijn geestverwanten zijn? zoo klein
land,
dat
als het
later tijd bij wijze
dat
onze, acht ik dat beginsel verderfelijk.
eeuwen
beginsel in ons land in vroeger
dit
Kabinet
dit
1
van weerwraak overtuigd
o.
is
toegepast. het
dat
is,
't
benadeelen, indien het dien regel toepaste; en
waar
dat,
Raad
den
in
Ik weet,
ook in neemt niet weg, hooge mate zou
gold, gelijk het
Maar
dat
land
in
2\
dat,
men
indien
zegt,
van State onze geestverwanten zoozeer in de
minderheid waren, het toch voor de hand
lag,
daarvoor een onzer eigen
geestverwanten voortedragen, ik mij dan veroorlool de wedervraag, of afgevaardigde
geachte
de
wend, en of
weet, of er
dan
al
zich de mogelijkheid niet
hij
niet
pogingen
zijn
denken kan, dat men
aangedaarbij
gevangen heeft. Wanneer men bij zijn eigen geestverwanten zoekt, maar den gewenschten man niet vinden kan, welke bedenking is er dan tegen, te nemen een kundig en ervaren man, van wien men weet,
slib
dat
hij
man
advies ook de Regeering van raad dienen
zijn
bij
Maar,
men
heeft
dien
bestrijden,
hoe kunt
gezegd, gij
gij,
adviseur gevraagd heb?
als
zal.
Minister, als Minister den
Dit
is
toch eene
gansch onbillijke opmerking, want voor elk Gouvernement, voor elk Kabinet, is het van hooge waarde, het advies en de opmerkingen
ook
kundige
van hadt
gij
van der Linden een vliegwiel, verschil,
tegenstanders
toch niet behoeven
dan
maar geen
van de linkerzijde. teekenis
van
scherper,
men
niet
ontvangen.
Mocht men zeggen:
ultra-man, als de heer Cort
van de Kroon gesproken heeft van ik in dat opzicht wel graad-
geantwoord, dat
zij
ken bij de verschillende groepen aankomt op het vaststellen van de be-
principieel verschil
Als
het
Kroon en
het gezag in
den lande, moge de een dit in hoofdzaak staat
de ander minder scherp uitdrukken, maar
daar tamelijk op denzelfden bodem.
opmerkingen gevraagd heeft, hoe deze
Bij
mij
de
te
nemen een
die ten opzichte
is,
—
te
treden
in
doctrinaire
wil
ik
het
met
het intusschen niet laten.
dien
nieuwen
beschouwingen,
koers
Daar m.en
staat,
zal
ik
in theologisch overleg, niet
omdat ik weet, dat de Kamer daarvan minder gediend is, maar ook omdat dit naar mijn overtuiging hier niet thuis hoort. Wij zitten hier niet in eene synode, maar in de Staten-Generaal. Ik zal dan ook
alleen
eenvoudig
positief mededeelen, wat door dit Kabinet van de Christelijke belangen bedoeld wordt.
ter
bevordering
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's