Parlementaire redevoeringen - pagina 530
Deel II. Ministrieele redevoeringen. Tweede Kamer.
ZITTING 1903—1904.
-528
de geachte afgevaardigde schudt van neen;
getje te steken,...
hem en zeg
deze toen tegen
hij
ik geloof
hem onbewust een wig in zijn hand gleed en dat toen is op duidelijke wijze den muur aanhield
dus, dat
.
.
.
,
hand gegleden wiggetje wel verre uitgekomen, dat het onbewust van een reet in den muur te vinden, afstiet op het cement der coalitie in een coalitie zijn natuurlijk altoos twee groepen van de rechterzijde en dat aan de vastheid aan elkander gehecht, dit kan niet anders van dat cement niets hoegenaamd ontbrak, zoodat dan ook die geachte afgevaardigde zoomin bij Roomsch-Katholieken als bij anti-revolutionairen iets anders heeft kunnen beluisteren dan de uiting van een fier gevoel van in zijn
—
—
een eigen karakter, verleden en toekomst
elk
de
voort
men
dat
verklaring,
duidelijke
hebben, en daarnaast
te
anders wenschte dan samen
niets
gaan.
te
Dit voorop stellende, dient de vraag onder de oogen gezien, hoe het
met het werkplan der Regeering. Het is bekend, uiteengezet zijn optreden zijn werkplan duidelijk
staat bij
neer
de
heeft
gemaakt op
de
afgevaardigde,
geachte
woordje
het
Memorie van Antwoord,
alsof
heer
en wanaanmerking voorkomt in de heeft;
Borgesius,
minste",
„ten
dat het Kabinet
dat
zekere pretentie sprak, dat
daaruit
dit
meent langer dan vier jaren te zullen zitten, zij het mij veroorloofd, er op te wijzen, dat ook eene zachtere verklaring mogelijk is,, haar denkbeelden uitsprekende en in een werknl. dat de Regeering Kabinet
—
—
neerleggende
plan
berekenen,
dien
onvoorzichtig
zij
zelf niet in staat gevoelde,
zich
voor
verwezenlijking
noodig
zich zoo uitdrukte, dat dit
te zijn,
den
tijd
had,
en,
program
niet
juist
om
te
niet
was voor
maar voor ten minste 4 jaren. Welk was nu het werkplan der Regeering?
één
jaar,
Een beslist en stellig voorgrond schuiven van sociale hervormingen. Het pleitte voorts ook voor eene ethisch-oeconomische politiek voor Indië. Het
op den
sprak ook van de regeling van onze administratieve rechtspraak en van tal
van andere momenten, die voor elk Kabinet, dat optreedt, van zoo-
danig
gewicht
intusschen te
zijn,
vast,
beoordeelen,
men
dat
dat,
er
vraagt,
wat
over moet
zich
wanneer men, in het
om
uitlaten.
het karakter
Het
staat
van het Kabinet
werkplan op den voorgrond
staat,
de eerste troonrede van 1901 een antwoord geeft, dat niet den minsten twijfel overlaat.
Alleen heeft de Regeering destijds geweigerd,
wordt hier telkens
—
— en dat
oog verloren de sociale quaestie enkel in stoffelijken zin op te vatten. De Regeering toch is van meet af uitgegaan van het standpunt, dat de sociale toestanden hervorming eischen, maar dat
zij
die
uit
eischen
het
zoowel
,
naar de geestelijke,
als
naar de stoffelijke
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's