Parlementaire redevoeringen - pagina 137
Deel II. Ministrieele redevoeringen. Tweede Kamer.
SCHOOLBOUW.
135
wanneer nu eene vingerwijzing gegeven is aan den arrondissementsschoolopziener om in den aanvang de zaken niet te forsch aan te grijpen
weer
en
hij
heeft zich
dienovereenkomstig gedragen, dan
een schoolopziener
zulk
moeilijk,
zoodanig
als
in
het
is
ook
het ongelijk te
Intusschen ben ik dit met den geachten spreker eens, dat er moet worden zorg gedragen, dat die commissiën tot wering van schoolverzuim niet tot eene risee gemaakt worden. Ik geef hem toe, dat zij, ik hoop met een ijver met verstand, want dat indien zij ijverig zijn er eens eene dergelijke commissie duikt, daar zie ik niet zulk een ongeluk in er zijn van die schoolplicht-zeloten, die bedenkelijke menschen worden en redelijk handelen, niet behooren in den steek gelaten te worden, want anders gaat het schuldige publiek er mee lachen en gaat het zedelijk recht van bestaan van zulk eene commissie te loor. Ik geef den geachten afgevaardigde gaarne de verzekering, dat het stellen.
—
;
—
mijn
streven
zal
het prestige van die commissiën tot wering van
zijn,
schoolverzuim behoorlijk op
te
houden.
Handelingen,
Mijnheer
de
Voorzitter!
gezondheidsraad, heidswet, zal het
lijstje
welks
Ik
hoop,
dat
binnen
gevorderd
instelling
kunnen optreden en wanneer
van onderwerpen, waarover
blz.
545
— 547.
de door de Gezond-
niet te veel tijd
wordt
die opgetreden
ik het advies
is, zal ik op van dien gezond-
heidsraad zal inwinnen, o.a. ook plaatsen de adenoïde-aandoening.
De
geachte
afgevaardigde, de heer Ketelaar,
is
teruggekomen op de
vraag, of de pensioenregeling voor openbare en bijzondere onderwijzers
hun
plus
omtrent niet
weduwen en weezen, reeds
eenige
geantwoord,
van
omdat
Antwoord en
ik
niet
mededeeling ik
aan
reeds zóó ver was, dat ik daar-
kon doen.
haar reeds het
daar
Ik
heb op die vraag
behandeld heb
medegedeelde
in
niets
de
Memorie
had
toe
te
voegen.
De
is in de tweede plaats teruggekomen op de van het besluit tot uitvoering van artikel 54bis, rakende den bouw van de bijzondere scholen en het blijkt mij nu, dat de geachte afgevaardigde niet begrepen heeft wat wel aan mij zal liggen wat ik bedoelde. Ik heb de zaak kortelijk behandeld, want er is te weinig tijd en als men de zaken zoo uitvoerig bespreekt, weet men wel waar men begint, maar niet waar men eindigt. Hij heeft er op gewezen, dat
geachte afgevaardigde
quaestie
—
in
—
de gewisselde stukken door den toenmaligen Minister strenge eischen
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's