Parlementaire redevoeringen - pagina 543
Deel II. Ministrieele redevoeringen. Tweede Kamer.
Art. 109 der Militiewet. goede handen
iets
in
om
den
tijd,
is,
541
voorkomt
het mij niet noodzakelijk
voor mijn Departement zoo broodnoodig, hier
hier te zijn,
in
werkloos-
Gaarne wil ik intusschen zeggen, hoe het met deze zaak gestaan heeft. Toen de Regeering de ervaring had opgedaan, dat op 31 Januari jl. niet beschikt kon worden over de noodige troepen om voor den toestand te kunnen instaan, is zij tot de overtuiging gekomen, dat het zoo niet mocht blijven en dat er voor gezorgd moest worden, dat te Amsterdam voortdurend eene behoorlijke troepenmacht aanwezig was. Deze macht werd door de Regeering niet hoog, maar zoo laag mogelijk gesteld. De moeilijkheid deed zich echter voor, dat, wanneer men die troepenmacht wilde op de been houden in door
heid
de
te
brengen.
dagen dat het blijvend gedeelte aanwezig
is,
de bataljons, daar
in
garnizoen, zoo geslonken zouden zijn in aantal, dat daaruit geen behoor-
troepenmacht was
vinden, zoodat andere bataljons van elders Nadat gebleken was, dat het evenmin ging, bataljons van andere plaatsen daarheen te zenden, wijl dit elders ongelegenheid zou scheppen, meende de Regeering, dat het noodig was, het blijvend gedeelte zóó te versterken, dat men ook in de wintermaanden lijke
daarheen moesten
te
gaan.
behoorlijk voorzien was, te meer,
omdat
gevaar het meest
dreigt.
indertijd
en daarover heb
ik
Dit
is
juist in
de wintermaanden het
hier door mij medegedeeld,
met den heer Drucker eene kleine
Toen werd door ons nagegaan, hoe groot de blijvend gedeelte wel zou
De berekening
viel
onkosten bleken zoo overtuigd
moeten
echter
bitter
zvs'aar te zullen
werd, dat het zóó
zijn,
om
tegen
;
in
de
den toestand te
te
verwachten
drukken op het volk,
niet ging.
batalje gehad.
{versterking van het
voorzien. lasten
en
dat de Regeering
Als het niet anders kon, dan
maar kon op andere wijze in de behoefte voorzien worden, dan behoorde dat gedaan te worden. Daarvan overtuigd, is het Departement van Oorlog met dat van Binnenlandsche Zaken te rade gegaan, om te zien, of geen andere uitweg was te vinden. We hebben den toestand overzien en de Regeering heeft langs wegen en door middelen, welke ik thans niet zal vermelden, omdat wij nog niet moest
zij
het noodige geld aanvragen,
weten, welke van die middelen het beste en hoe de uitvoering ervan zal zijn,
kunnen vinden door eene andere wijze van garnizoen te Amsterdam, door eene andere wijze van
gemeend, eene oplossing
inrichting van het
te
korte oproeping en door eene andere dispositie van de verschillende garni-
zoenen. Toen
dit bij de Regeering vaststond, was zij allerminst bedroefd, omdat zij nu minder menschen moest hebben. Integendeel, de Ministers van Oorlog en van Binnenlandsche Zaken waren er ten hoogste mede ingenomen, dat zij geen meerdere lasten behoefden op te leggen aan de bevolking.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's