Parlementaire redevoeringen - pagina 142
Deel II. Ministrieele redevoeringen. Tweede Kamer.
ZITTING 1901
140
ongelegenheid verkeert,
in
hij
— 1902.
een advocaat kan vinden, die met snedig-
beweerd recht, maar het is in Nederland nog niet gezien, dat, wanneer een arme of ongelukkige in gelijke omstandigheden verkeerde, hij niet evenzeer een advocaat kon vinden, Ik geloof, dat het goed is, dit van deze die zijn zaak wilde opnemen. heid
opkomt voor
zijn recht of
plaats eens uit te spreken.
Overigens
is
—
ik stel dat
ook van de
—
zijde der sociaal-democratische
niet met pathos gesproken, maar met kalmte, met verwijzing naar reëele feiten, met den ernstigen toeleg, om ook bij anderen de overtuiging te wekken, dat het zaak en tijd wordt, aan de gewraakte misstanden zoo mogelijk een einde te maken. Wanneer wij dan ook nemen de twee belangen, die met name op den
afgevaardigden zeer op
voorgrond gesteld
prijs
zijn,
dezen dag
namelijk
het
belang
van degenen, die
bij
glazuren arbeiden en daardoor gevaar loopen van vergiftiging, en
tweede
plaats
industrie,
het
belang
dan behoef
ik
van
wel
de
niet te
vrouwen en kinderen
bij
in
het
de
de steen-
zeggen, dat die twee misstanden in
mijn oog zulk een karakter dragen, dat, voor zoover het niet mogelijk is
met de bestaande wet die te stuiten, er maatregelen zullen worden genomen om daaraan een einde te maken. Natuurlijk de heeren niet van mij verwachten en vergen, dat ik op dit
reeds
moeten zullen
oogenblik daaromtrent reeds eene bepaalde toezegging doe, veel minder, ik thans reeds aangeef, op welke wijze ik meen, dat het kwaad moet gekeerd worden. Het adres van de glazuurarbeiders te Maastricht is op mijn Departement aangekomen en, zooals zulks altijd gaat, gesteld in handen van de inspecteurs. Ik heb natuurlijk het advies af te wachten, dat dezen daarover uitbrengen, maar dit wil ik wel zeggen, dat ik zóó
dat
overtuigd ben, dat dergelijke misstanden niet
mogen
blijven voortbestaan,
bij dit Kabinet zal hebben aangeklopt om maken. Wat de bootwerkers betreft, waarop de heeren Nolting en Passtoors nader de aandacht hebben gevestigd, zij het mij veroorloofd, er op te wijzen, dat wij hier met een zeer moeilijk probleem te doen hebben. Wanneer men eene generale boycot in onze havens kon uitroepen, die maakte, dat er niet anders dan Nederlandsche vaartuigen in onze havens binnenkwamen en niet anders dan op vaartuigen onder Nederlandsche vlag mocht gelost en geladen worden, dan zou die moeilijkheid niet zoo groot zijn. Zulk een navigation act hebben wij nu eenmaal niet en ik geloof, dat het er met onzen handel in Rotterdam en Amsterdam kwaad zou uitzien, indien plotseling alle vreemde schepen verdwenen. Maar indien van alle kanten der wereld daar schepen samenkomen, die
dat
men
niet
tevergeefs
daaraan een einde
te
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's