Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Encyclipaedie der Heilige Godgeleerdheid - pagina 468

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Encyclipaedie der Heilige Godgeleerdheid - pagina 468

Eerste deel. Inleidend deel.

2 minuten leestijd

Afd.

460

Wel

uitgangspunt

dit

is

Hfst. III. §

2.

135.

GOTTSCHICK.

toereikend,

om

aan de Theologie het

juk van de schouders te nemen, dat de overige wetenschappen

haar willen opleggen, maar

hij

acht, dat uit deze „Selbstgewiss-

nog geen zelfstandige wetenschap kan opbloeien. Vooreerst niet, omdat al het persoonlijke mystiek van aard is en niet tot weten uitdrijft, en ten andere omdat het persoonlijke niet tot het „allgemein guitige" leidt (p. 421, 422). Daarom is Schleiermacher dan ook terecht op de Kerk teruggegaan. Van de Kerk toch geldt het: „Behufs der Realisirung ihrer ïendenz auf Universalitat, entsteht ihr das Bedürfniss, jene Wahrheit gegenüber den unabhangig vom Christentum vorhandenen Lebens- und Weltan-

heit"

schauungen

als solche darzutun".

Ze kan niet buiten

meingültige Erkenntniss des Christentums für die Erfüllung aller ihr

eine allge-

r

als die leitende

immanenten Aufgaben"

Norm Wel

422).

(p.

kan ook de enkele persoon behoefte aan zulk een inzicht hebben, maar dit heeft hij alleen in verband met de Kerk. Hij kan niet

Kerk gedacht worden, en moet dus zijn eigen bewustcorrelatie met het bewustzijn der Kerk ontwikkelen (p. 423).

buiten de zijn in

En

op

grond

Existenz

dien

concludeert

Kirche

der

als einer

hij

dan aldus: „So

ist

also die

eigentümlichen Gemeinschaft des

Glaubens, welche trotz ihrer tatsachlichen Partikularitat die Geabsoluten und religiösen Wahrheitsbesitzes hat und zur Lösung der ihrem Wesen und ihrer geschichtlichen Situation entspringenden Aufgaben einer allgemeingültigen Erkenntniss des Christentums bedarf, der Rechtsgrund für eine Sonderwissenschaft wissheit

vom Christentum" (p. 423). De Theologie moet alzoo zóó verstaan, alsof

zij

kerkelijk zijn.

Dit

mag

echter niet

„eine bestimmte, geschichtlich erwachsene

Gestalt der empirischen Kirche als Gesetz über sich anerkennt",

maar

is

bedoeld

te

oefenen

tinuïteit

niet

i.

om met

der Kerk, ;

der

en

2

Kerk.

zoo zeer voort

daaruit, dat

zij

als

een altoos weer zich verdiepen

in

de idee

deze idee critiek op de empirische Kerk als

.

De

uit

uit

een eerbiedigen van de historische conlibertas

Theologiae komt op dien grond

haar wetenschappelijk karakter, maar veeleer

de algemeene idee der Kerk tegenover haar em-

pirische verschijning heeft te

handhaven

(p. 425).

Onder

dit

beding

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908

Abraham Kuyper Collection | 556 Pagina's

Encyclipaedie der Heilige Godgeleerdheid - pagina 468

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908

Abraham Kuyper Collection | 556 Pagina's