Parlementaire redevoeringen - pagina 412
Deel II. Ministrieele redevoeringen. Tweede Kamer.
ZITTING 1902—1903.
410
objectieve geschiedenis van de toekomst. Ik geloof, dat het beter wij zijn fantasie
Met
belangstelling
nog
afgevaardigde
woord.
verder
is
altijd
door
mij
de anarchie
opgemerkt, dat de geachte
dekt met de autoriteit van
heeft gezegd, dat de sociaal-democraten,
Hij
hen leiding en stuur aan de arbeidersbeweging in gaan, geen aanleiding hadden gegeven, om vreeze verstoring van orde en rust.
De Regeering
die te
doen ontstaan voor
achtte tot dusverre, dat wel
terdege van de zijde van de anarchisten daarvoor gevaar bestond.
van
den
natuurlijk
hij
kant
der
geheele
zijn
bestond
anarchisten
betoog
zijde.
gevaar voor verstoring van orde en rust
houding der anarchisten gedekt met de
de
maar
dan had want dan ware Doch nu door hem gevaar",
is
autoriteit
ontkend, heeft
hij
de
van de woorden, die
hier sprak.
hij
De
geachte spreker heeft voorts de slachtoffers van deze droevige debat
gebeurtenis
in
Voorzitter.
Wanneer
het
in mijn eigen
mij
in
eene
uit alle
ramp en
de positie van dien geachten spreker
kringen van het land het verwijt, dat tegen
mede had helpen veroorzaken, slotte die spanning in mijn eigen gemoed of ik ook al binnenste die stemmen tot zwijgen trachtte te brengen
opging, hoeveel
dan zou ten
Dit kan ik verstaan. Mijnheer de
gebracht.
ik toch in
verkeerde en ik hoorde mij
ellende ik
—
—
zulk een toestand brengen, dat ik er behoefte aan gevoelde, in
de schuld van mij af te werpen en die Dat daarmede de schuld niet van mijn eigen maar daaraan blijft kleven. Mijnheer de Voorzitter, zal de
publieke
vergadering
leggen op anderen.
te ziel
afglijdt,
geachte spreker mij wel willen toegeven. Ik heb in
dat
Had
zijde,
omvergestooten,
gebleven het gevaar van die laatstgenoemde alle
zijn
voor zoover van dagen was uitge-
geachte afgevaardigde hedenmorgen gezegd: „niet van onze
wel
dat
is,
daarover laten rusten.
deze de schuld op de Regeering
te
in zijn
mislukte poging,
werpen, niets anders gezien dan
de behoefte van een hart, waarin ook nobele tendenzen zich bewegen
kunnen,
om
zich te zuiveren
van de zwaarste schuld, die misschien op
een politieken leider rusten kan.
(De heer Troelstra: Wat eene
huichelarij!)
(De Voorzitter: Ik roep den heer Troelstra
tot
de orde wegens die
beleedigende uitdrukking aan de Regeering.)
heb aan het adres van dien geachten spreker nog dit te zeggen. Nogmaals heeft hij ten aanhoore van geheel Nederland klaar en duidelijk Ik
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's