Parlementaire redevoeringen - pagina 247
Deel II. Ministrieele redevoeringen. Tweede Kamer.
DE WERKELOOSHEID VAN HET KABINET. Intusschen
de
heeft
gemaakt, en
geachte
ook eene vergelijking heb dezelfde moeilijkheden onder-
afgevaardigde
heeft gezegd: zie, ik
hij
245
vonden in het Kabinet, waarvan ik deel uitmaakte, maar wij hebben dan toch in het eerste jaar in het Staatsblad gebracht de wet op den persoonlijken dienstplicht en, toen wij zoover waren als gij thans, was het ontwerp-leerplicht reeds bij de Kamer. Ik geef dit toe, maar de geachte afgevaardigde houde mij toch ten goede, dat ik hierop iets
De personen en mag niet
afding.
de zaken
afgevaardigde
50
Minister
was
jaar
vergeten,
en
ik
men
kracht
volle
in
golden.
dat In
64.
genarii de ponte, zoodat reeds de
voor
zijn
niet gelijksoortig. hij
gold
geachte
benoeming
de
bij
Rome
De
de
tot
sexa-
regel:
mannen van 60 jaar daar niet meer mag niet vergeten, dat, hoe ouder
Hij
men zich beweegt. Hij mag, dunkt oog verliezen, dat hij achter zich had en gesteund werd door een Premier, afgescheiden van zijn persoon, zoodat hij voor de werkzaamheden, die aan het premierschap verbonden zijn, niet aanwordt, hoe loomer en trager
ook
mij,
niet uit het
mag niet vergeten, dat hij een doorkneed jurist novus homo van alle kennis van zaken, tot het Departement behoorende, volkomen verstoken was. En als ik nu, na die verschillen op den voorgrond te hebben geplaatst. Vraag, of werkelijk de door hem genoemde werkzaamheid grooter is dan de werkzaamheid, was.
sprakelijk
is,
ik
terwijl
Hij
als
gepresteerd
door
eens
elkander
naast
van
indienen
—
dienstplicht, alle
het
Kabinet, te
leggen
wetsontwerp
dan
verzoek
den tot
arbeid,
invoering
ik
de leden der
Kamer
noodig geweest voor het
den
van
persoonlijken
een kort eenvoudig wetsontwerp, waarvoor de gegevens
gereed lagen
van Oorlog
dit
in dit
—
,
en het werk, ten vorigen jare door den Minister
Kabinet verricht aan de zes militaire wetten en aan
de uitvoering van de Militiewet.
Dan
twijfel ik er
geen oogenblik aan,
of ieder onpartijdige zal moeten erkennen, dat, wanneer
men
dit
naast
meerdere werkzaamheid aan de zijde van den tegenwoordigen Minister van Oorlog is geweest. En als ik nu ook van mij zelf mag spreken, dan geloof ik toch, dat, wanneer men neemt het ontwerp van wet betreffende den Leerplicht, elkander
legt,
in
het
oog
springt,
dat
de
Kamer kwam, men zal moeten toestemmen, Met name de finantieele berekeningen daarvan waren zoo weinig doorzien, dat, toen men tot het gelijk
dat
dat
het
het
eerst in de
geen voldragen
kindeke was.
wet overging, het metterdaad bleek, dat aanmerkelijke wijziging noodig was, die dan ook is aangebracht. Ik mag hierbij nog opmerken, dat ook het idéé van den leerplicht
onderzoek van de gevolgen van
niet
die
was een nieuw denkbeeld, maar eene reeds lang
in
gang gebrachte
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's