Parlementaire redevoeringen - pagina 528
Deel II. Ministrieele redevoeringen. Tweede Kamer.
526
ZITTING 1903—1904.
,
De geachte afgevaardigde heeft, toen hij sprak, aan de gezichten om hem heen wel kunnen zien, wie de leden dezer Kamer waren, die met de meeste
wellust
was toen
zooals die
hem
hij
"Welnu,
laat
eens
hij
in
een silhouet geven van de Kamer,
dan zelf eens overwegen, of het een man, die, doorgaande gelijk van den heer Drucker een poli-
sprak, en laat
zou veroordeelen. Toch
niet
—
woorden indronken.
zijn
De Christen-Democraat
blad
zijn
is
hij
hij
—
is, meen ik, voor de linkerzijde. Welnu, dan komen wij worden tiek fortuintje kan langzamerhand gelijk; wij hebben de staking gehad, gij krijgt dan den Maar indien ten gevolge van de niet critische maar heer Staalman. oncritische woelingen van den heer Staalman in 1905 het bewind weer omgaat, zullen dan de mannen, voor wie hij zegt het woord te voeren,
nu,
de uitdrukking
hem zegenen en danken,
of wel zijn
houding en
politieke
,
gedragslijn
eenparig veroordeelen?
kom nu
Ik
ingeleid uit
tot
Groningen.
zijn,
want
illusie,
maar
Hij sprak het
daarin
uit,
dat de definitieve afrekening
zou komen. Ik maak mij over de afrekening
eerst later
eenige
de bespreking van het algemeen Regeeringsbeleid,
door de zoo voortreffelijke rede van den geachten afgevaardigde
ik
weet wel, hoe van die
ik
wensch
mij toch eene
opmerking
zijde
te
in
1905 geenszins
de afrekening
Wanneer
veroorloven.
deze voorloopige afrekening den maatstaf moet aangeven van wat er volgen
bij
de totale afrekening, dan weet ik
maal begonnen, moet eindigen. mij toegeven, dat er in het
bij
waar
zal
het debat, een-
Althans zal de geachte afgevaardigde
heugenis nooit eene periode geweest
is,
dat
men
derde jaar op zoo breede schaal de discussiën opzette. Er schijnt
dus aan die zijde wel eene zekere neiging jaar te trachten, er
réussite in
niet,
zal
wat af
te
krabbelen,
te
om
bestaan, alvast in het derde
daardoor aan de volkomen
van het veroordeelend vonnis vast een zekeren grond
de discussie van
te
geven
dit jaar.
op wat nu gedaan is op andere wijze dan het gewoonlijk geschiedt; maar mij moet in verband daarmee toch een woord van het hart over de verschillende onderstellingen omtrent den schrijver van de Memorie van Antwoord, die wij al twee jaar gehad hebben. Ik zou wel eens willen vragen, of er in discussiën onder vroegere Kabinetten ooit eenige opmerking over gemaakt is, dat stukken uit de Memorie van Antwoord op hoofdIk
stuk
wees.
I,
moedelijk
Mijnheer de
hoewel niet
Voorzitter,
geteekend
van
dien
door
den
Minister
Minister herkomstig
van
waren.
Finantiën, In
het
ver-
vorig
tevens was Minister
Kabinet, waarin de formateur van het
Ministerie
van Finantiën, gaf
eene dergelijke opmerking aan-
natuurlijk
niets tot
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's