Parlementaire redevoeringen - pagina 418
Deel II. Ministrieele redevoeringen. Tweede Kamer.
ZITTING 1902—1903.
416 dat
zitter,
door
de
misdadigers
als
zijn
Regeering of door mij persoonlijk de stakers ooit gequalificeerd. De Regeering weet, en heeft
—
—
handen dat de stakers moeten ingedeeld worden in twee klassen, waarvan de eene heel wat minder talrijk is dan de andere. Eene groote en eene kleine groep is er. Wat de groote klasse betreft, dat zijn geen misdadigers, maar misleiden, menschen, die zich nu op allerlei wijze bij de Regeering aanmelden en de hulp der Regeering inroepen. En waar het der Regeering mogelijk was, hetzij als daarvoor bewijzen
te
over
in
,
—
Regeering,
voor
personen
Ministers,
ons.
hetzij te
staan,
door correspondentie
personen
als
onzerzijds,
is
is
—
,
ook door mij nooit geaarzeld,
het belang dier slachtoffers
in
de belangen dezer
werkzaam
te zijn.
evenwel ook eene geheel andere, eene kleine groep. En daartoe behooren de mannen, die met de leiders der beweging datgene hebben gepleegd en bestaan, wat de Regeering in haar verklaring van 25 Februari
Er
is
eene misdaad heeft gequalificeerd.
als
verduidelijken.
te
Wanneer men,
Ik
gelijk
wensch dit thans nog ietwat met mij het geval is, een
dit
geheel dossier bezit met eigenhandige brieven van die personen, waaruit
de
blijken,
feiten
welke hier
worden, omdat ze immers
vrij
nader meer behoeven aangetoond te algemeen bekend zijn; wanneer men dan
niet
de schrijvers van die brieven de schuld werpen, nameop de Regeering, maar eenstemmig op de leiders, die aan het hoofd hebben gestaan; wanneer men dan ook, gelijk ook ik heb moeten doen, veel aanhoort en alles leest, wat in verschillende kringen en in organen van de pers verhandeld is geworden over de vraag, wie in dezen de verantwoordelijkheid draagt; en wanneer men dan weet,
op
ziet, lijk
wie
nooit
dat,
waarlijk niet alleen in Regeeringskringen,
van
ons volk, en
vaardigde
door
de
staan, leiding,
zelfs in kringen, die zeer
het die
feit
hij
maar
in
breede kringen
na aan dien geachten afge-
telkens gereleveerd wordt, dat
hij
vóór
allen,
heeft gegeven, in de eerste plaats de oorzaak
geworden van de vele ellende, die op het oogenblik geleden wordt; wanneer dit alles in aanmerking wordt genomen, Mijnheer de Voorzitter, dan zal toch niemand zich verwonderen over mijn verbazing, toen gisteren die geachte afgevaardigde hier optrad om, als ware hij zelf blank-wit, de verantwoordelijkheid op de Regeering te werpen. is
Dien
spreker
hoorende,
psychologisch die houding nobel
of
aan
te
heb
ik
toen
mijzelf
afgevraagd
:
hoe
is
Zou ik daarbij aan een goed en moeten denken? Het is u bekend,
verklaren ?
een slecht motief
Mijnheer de Voorzitter, dat ik mij toen heb veroorloofd, aan een nobel motief te denken. Intusschen erken ik gaarne, dat het Parlement de plaats
niet
is
om
aan zulke psychologische beschouwingen uitdrukking
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's