Encyclipaedie der Heilige Godgeleerdheid - pagina 109
Eerste deel. Inleidend deel.
Afd.
Hfst. lil. §
2.
non studio occulta
;
ordine perficeretur
;
oportcbat, est
fieret.
Et
non
PETRUS LOMBARDUS.
5.3.
nee aliquem deciperet, sed
wat hem
oen
soort
als
est
op
in zijn praefatio
een hoogeren vorm van ons bewustzijn,
tusschen
gnosis,
quemadmodum aliud, quam non
ut,
fide trinitatis zelfs verleidt, het rationeele
de waarheid
inzicht in
non
dicitur occultata,
si
monographie De
zijn
absconderetur, sed ut suo
sic est facta ut
omnibus revclata" (p. 253). Iets
IOI
schuiven. Zonder aarzelen
de
mag
fides
en
de contemplatio
in te
dus gezegd, dat reeds terstond
bij
Anselmus de Scholastiek den dubbelen karaktertrek droeg èn van uit inner lijken aandrang- op een wetenschappelijk begrijpen van het dogma uit te gaan, èn van dit te doen in de vaste overtuiging, dat de veritas divina van dezen denkarbeid niets te duchten, eer er alles bij te winnen had. Hiermee nu werd encyreuzenschrede
deze
clopaedisch
het eerst als wetenschap
gedaan, dat de Theologie voor
om haar-zelve begon beoefend
te
worden,
dualisme tusschen ons geloof en ons redelijk bewustzijn
en het
voor onhoudbaar wierd verklaard. §
Petrus Lombardus.
53.
Tusschen Anselmus en Petrus
Lombardus
is
het verschil dan
ook van formeelen aard. Beiden staan op hetzelfde standpunt, maar Petrus Lombardus'
oog
is
reeds opengegaan voor het verre van
onschuldig karakter dezer studiën. Het Sic
begon telijk
zijn
werking reeds
te doen.
et tion
van Abaelardus
Lombardus gaat daarom
opzet-
omzichtiger te werk en toont een meer conservatieven geest.
En van den anderen tisch karakter.
kant dragen zijne studiën een meer systema-
Voor Anselmus' monograhieën
de doctrina Christiana omvattende, dogmatiek.
biedt
hij
eene, heel
Zijn beduchtheid
voor het misbruik, dat van de philosophische studiën te duchten viel,
spreekt
hij
deze woorden rationi
sed veri
his,
in
uit:
voluntatem
den Prologus op „Er
zijn,"
zegt
zijn Libri
hij,
IV Senten tiar urn
„diffidentiae
filii,
qui
in
non
subiiciunt, nee doctrinae studium impendunt
quae somniarunt, sapientiae verba coaptare nituntur, non
sed placiti rationem sectantes"
(ed.
Venet. 1563. p.
ib).
En
spreekt reeds hieruit zijn diepgevoelde afkeer van deze vrijgeesten,
nog sterker geeft
hij
aan
zijn
toorn lucht, als
hij
schrijft,
dat het
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 556 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 556 Pagina's