Encyclipaedie der Heilige Godgeleerdheid - pagina 365
Eerste deel. Inleidend deel.
Afd.
Hfst. III. §
2.
HAGENBACH.
107.
357
Hagenbachs Encyclopaedie viel in den smaak. Hij sprak juist het toen opkomend geslacht van jongere theologen toe, die, van confessionalisme afkeerig en
alle
neigende
toch
meer
tot
warm
aan een wel getemperd, maar toch
merkt dan ook hoe de
ziet,
Wie
geloof.
rationalistische en piëtistische
posi-
huwen
tieve opvatting, zekeren vvetenschappelijken zin zochten te
scherp
draad
in
Hagenbach's gouden koord dooreen liggen gestrengeld. Hij was van onvervalschten oorsprong, en
daarbij subjectivist
elk lezer
even subjectief
zich
vrij
te ontwikkelen.
beteekende, Hagenbach gaf in
iets
zijn
Encyclopaedie
een student de studie het gemakkelijkst maakt
den gang schoone tuur
meest aantrok, en
boek
heeft dit
als
iets,
;
zou
Liefst
hebben
(zie
combinatie, 1
handboek'
Wat
''
stijl
was
gemakkelijk
altijd
las.
een handboek,
is
waarvoor Hagenbach
hij
litera-
gezet, die zelden vermoeide,
hierom
Juist
echter
wetenschappelijke Encyclopaedie niet dan zeer
geringe waarde. Het studie
een
wat
keur van
en een kort overzicht van de theologische
terwijl het geheel in
;
juist
een leidraad voor
:
zijner studiën, korte historische overzichten,
citaten,
daarom
liet
En wat ook
geen wetenschappelijke
zelf het
dan ook niet
uitgaf.
genoemd
ze later „Methodologische Encyklopadie"
Vorrede zur zvveiten Auflage), een zonderlinge begripsdie
ons gelukkig gespaard
ware de eenig
juiste titel
nu de inrichting van
dit
werd.
„Encyclopaedisch
geweest.
Handboek
betreft,
zoo wordt
thans algemeen toegegeven, dat het algemeene en bijzondere deel niet
op elkaar passen,
in
zooverre beide van een geheel ander
begrip der Theologie uitgaan. In het algemeene deel beluistert
ge de echo van Schleiermacher, zelf
aan het woord
positieve
in
het bijzondere deel
want wel komt
;
in
is
Hagenbach
beide de Theologie als
wetenschap voor, maar haar objectum positnm
algemeene deel de
Christelijke
de
zegt toch in
Openbaring-,
Hij
nicht
sondern ausserhalb
in het
Kerk, en in het bijzondere deel §
22:
„Die Theologie
ist
eine
und hat somit ihren wissenschaftlichen Be-
positive Wissenschaft,
stimmungsgrond
is
in
in
sich
selbst,
wie
das
reine
Wissen,
einem gegebenen, durch empirische Ver-
haltnisse bedingten Lebensgebiete, d. h. in der christlichen Kirche
und
ihrer
zeitlichen
Erscheinung".
Hier spreekt dus Schleier-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 556 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 556 Pagina's