Parlementaire redevoeringen - pagina 485
Deel II. Ministrieele redevoeringen. Tweede Kamer.
BURGERLIJKE STAND. keeren
483
de historische Hjn, wat betreft de methode van uitvoering van
tot
wetten.
Het komt mij voor, dat men bij den burgerlijken stand moet uitgaan van drie beginselen, en wel vooreerst van dit beginsel, dat zeer zeker het constateeren van den burgerlijken staat van de burgers is eene Rijkszaak, maar dat voor het constateeren daarvan aangelegd worden registers,
waarvan de kennis tevens van besturen,
voor de
voor
de
het hoogste belang
politiezorg,
voor de gemeente-
voor de armenzorg, voor^de huwelijksvoltrekkingen
en voor zooveel meer. Niet alsof de
is
voor de bevolkingsstatistieken,
bevolkingsregisters,
ik niet het
onderscheid inzie tusschen
van
den burgerlijken stand en die van de bevolking. Doch waar ik op wil wijzen, is, dat wanneer men die
registers
Integendeel.
registers geheel uit de gemeente-administratie neemt, de gemeentebesturen
alsdan eigenerhand allerlei registers zullen moeten aanleggen.
moeten
zij
overmits
gemeentebesturen tevens de beschikking hebben over die
de
registers, daar
de
Daardoor
dubbele moeite getroosten, die nu wordt uitgewonnen,
zich
immers de dubbelen volgens de wet bewaard worden
archieven van de gemeenten en de behandeling van de nog niet
in in
van ambtenaren, die onder de hoogheid van het gemeentebestuur staan. Om deze reden meen ik, dat in dat opzicht niet kan gesproken worden van eene uitsluitende Rijkszaak, maar dat hier wel ter dege een zeer ernstig gemeentebelang geborgene
de
archieven
bij
betrokken
waarop het op
ik dit
geldende
waarbij
is;
hier
ten
nader
niet
oogenblik
gewoonten,
handen
in
is.
komt,
slotte
dat
ingaan, moet
zal
En dan
plaats
is
heeft
dat
is
bij
den
het huwelijkscontract,
worden genomen
eene
zaak,
burgerlijken
die,
gelijk
naar
de
stand; en dat
eenmaal zoo zijnde, is het voor de bevolking veel meer sympathiek, daarbij ontmoeten een ambtenaar, uit de gemeente zelf opgekomen, te dan een justitieel ambtenaar, die met het gemeenteleven niets te maken heeh.
Daaruit volgt in
het
dit
Burgerlijk
tweede beginsel,
dat,
aangezien het eene Rijkszaak
Wetboek moet geregeld worden
alles
is,
wat betrekking
dan ook geschiedt. Over de inrichting van de registers heeft de gemeente als zoodanig niets te zeggen; dat is in het Burgerlijk Wetboek geheel geplaatst onder de controle van den ambtenaar van het openbaar ministerie en alzoo onder het Departement
heeft
op
die
van Justitie. voorkomen,
registers,
gelijk
Wanneer dus
in
dat
opzicht
lacunes of verkeerdheden
ook daar het recht van vervolging, waar eene eenparige wordt, nl. bij het Departement van Justitie, en gevolgd jurisprudentie ligt ook daar de bevoegdheid, voor deze zaak ministerieele circulaires ligt
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's